Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
verwerende partij in reconventie,
eisende partij in reconventie,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 30;
- de mondelinge behandeling op 13 januari 2026;
- de spreekaantekeningen van [eiser] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
Artikel 14 Ingebrekestelling Pro/ Ontbinding14.1.Indien één van de partijen, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van één of meer van diens uit deze koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, kan de wederpartij van de nalatige partij deze koopovereenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden door middel van een schriftelijke verklaring aan de nalatige partij.
Partijen verklaren het volgende te zijn overeengekomen in afwijking van datgene wat is vastgelegd in de koopovereenkomst:1. De sleuteloverdracht van de woning[adres] te [woonplaats]zal plaatsvinden op12 augustus 2025, mits koper heeft voldaan aan artikel 5 (bank-garantie/waarborgsom) van de koopovereenkomst en de daarbij behorende verplichtingen met een geldigheidsdatum tot eind december 2025.
2.2. De economische en notariële levering van de [adres] te [woonplaats]
3.Koper betaalt aan verkoper vanaf 12 augustus 2025een vergoeding voor het
10. Indien een partij in verzuim is, is deze verplicht een boete van € 5.000,00,- (zegge: vijfduizend euro), te vergoeden. De direct opeisbare boete zal niet aan het matigingsrecht van de rechter worden onderworpen, zonder dat enige ingebrekestelling zal zijn vereist, onverminderd de eventuele vergoeding van verdere geleden schade.”
1 december 2025 heeft de makelaar van [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld en meegedeeld dat [gedaagde] tot 10 december 2025 de tijd heeft om alsnog na te komen en dat als [gedaagde] niet nakomt, zij op basis van de koopovereenkomst een boete is verschuldigd van € 26.500,00. Daarnaast is [gedaagde] erop gewezen dat zij bij niet-nakoming de woning moet ontruimen per 15 december 2025.
3.Het geschil
1 juli 2026, althans tot een door de voorzieningenrechter te bepalen datum, om [gedaagde] in staat te stellen financiering voor de afname van de woning te verkrijgen;
4.De beoordeling
€ 93,00 aan griffierecht, € 1.107,00 aan salaris gemachtigde en € 178,00 aan nakosten, plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
te bepalen dat...”. In deze zinsnede ligt over het algemeen besloten dat er om een verklaring voor recht wordt gevraagd. In een kort geding kan een verklaring voor recht niet worden toegewezen. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
5.De beslissing
[3894/2009]