ECLI:NL:RBROT:2026:2614
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak valsheid in geschrift en oplichting, geen straf voor niet tijdig verstrekken gegevens WIA-uitkering
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van valsheid in geschrift, oplichting en het niet tijdig verstrekken van relevante gegevens aan het UWV in het kader van haar WIA-uitkering.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de beschuldigingen van valsheid in geschrift en oplichting, omdat onvoldoende bewijs was dat zij onjuiste informatie had verstrekt of het UWV had misleid. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten tijdig informatie te verstrekken die relevant was voor de vaststelling van haar recht op de WIA-uitkering, namelijk dat zij vrijwel dagelijks autorijdt terwijl zij had aangegeven afhankelijk te zijn van hulp voor vervoer.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het bewezen feit, geen sprake was van daadwerkelijke bevoordeling van verdachte en dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden. Gelet hierop en het feit dat het een oud feit betreft, legde de rechtbank geen straf of maatregel op. De verdachte werd vrijgesproken van de ernstiger tenlastegelegde feiten en strafbaar gesteld voor het niet tijdig verstrekken van gegevens, maar zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van valsheid in geschrift en oplichting, en krijgt geen straf voor het niet tijdig verstrekken van gegevens wegens overschrijding redelijke termijn en ontbreken bevoordeling.