Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 februari 2026 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De omgevingsvergunning is in werking getreden. De gemeente Rotterdam is vergunninghoudster. Het college heeft in zijn brief van 27 januari 2026 namens de gemeente toegezegd dat zal worden gewacht met het kappen van de boom tot zes weken na het besluit op bezwaar over de omgevingsvergunning voor kappen. Ter zitting is duidelijk geworden dat dit overeenkomt met wat verzoekers in hun verzoek om voorlopige voorziening vragen. Bovendien is in vergunningvoorschrift 5 bepaald dat er niet gestart mag worden met de uitvoering van de kap als er geen zekerheid is over de bouw. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat de omgevingsvergunning het niet toestaat om de boom te kappen zolang de met het besluit van 6 november 2025 verleende omgevingsvergunning voor de tijdelijke opvanglocatie nog niet definitief is. Wat verzoekers willen, is dus niet alleen in een toezegging vastgelegd, maar ook in een bindend vergunningvoorschrift.
De voorzieningenrechter ziet in wat verzoekers hebben aangevoerd geen reden om aan te nemen dat het college en de gemeente hun toezegging niet zullen nakomen of dat de gemeente voorschrift 5 niet zal naleven.
Gelet op het voorgaande kan ervan worden uitgegaan dat de boom in ieder geval niet zal worden gekapt tot zes weken na het besluit op bezwaar over de omgevingsvergunning voor kappen. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.