Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2620

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/10/713934 / JE RK 26-157
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.4 JwArt. 6.1.6 JwArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en machtiging tot uithuisplaatsing voor minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de kinderrechter om een voorwaardelijke machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp en een machtiging tot uithuisplaatsing voor een minderjarige geboren in 2012. De minderjarige verblijft momenteel bij Schakenbosch en vertoont ernstig grensoverschrijdend en agressief gedrag met risico op criminele beïnvloeding.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de minderjarige, zijn advocaat, vertegenwoordigers van de GI en de voogd (tante) aanwezig. Alle betrokkenen steunden het verzoek en de minderjarige gaf aan het eens te zijn met het hulpverleningsplan en de voorwaarden. De kinderrechter stelde vast dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige belemmeringen in de ontwikkeling naar volwassenheid en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.

De kinderrechter verleende de voorwaardelijke machtiging voor zes maanden, met voorwaarden uit het hulpverleningsplan, en daarnaast een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713934 / JE RK 26-157
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. E.J.M. van Daalhuizen, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam tante],
zijnde de voogd, hierna te noemen: de tante, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 27 januari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • de aanvullende briefrapportage van de GI van 25 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 26 februari 2026;
  • de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 27 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 3 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat;
  • een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] ;
  • de tante.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, samen met zijn advocaat, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 18 december 2020 is de tante belast met de voogdij over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Schakenbosch.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 september 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 25 september 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 16 maart 2026.

3.Het (aangevulde) verzoek

3.1.
De GI verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
Ter zitting heeft de GI het verzoek aangevuld, in die zin dat de GI ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verzoekt voor de duur van zes maanden.
3.3.
De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 19 januari 2026 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [voornaam minderjarige] op te nemen. Ook is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het aangevulde verzoek en licht dit ter zitting als volgt toe. De GI verwijst naar de briefrapportages. Binnenkort zal er een jeugdreclasseerder starten voor [voornaam minderjarige] . De GI is blij dat [voornaam minderjarige] het verzoek een goed idee vindt.
4.2.
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt ter zitting kenbaar gemaakt dat hij het eens is met het verzoek van de GI. Er is een uitgebreid hulpverleningsplan opgesteld en [voornaam minderjarige] weet wat er van hem wordt verwacht. Een voorwaardelijke machtiging lijkt op dit moment de beste stap om te werken richting een volledig open setting.
4.3.
De tante staat achter het verzoek van de GI en sluit zich aan bij het standpunt van de advocaat.

5.De beoordeling

5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.4, tweede lid, Jeugdwet (Jw) kan een voorwaardelijke machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk en geschikt te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden. De kinderrechter is van oordeel dat daarvan sprake is. Er zijn ook geen minder ingrijpende mogelijkheden om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat alle betrokkenen het met elkaar eens zijn over het aangevulde verzoek van de GI. [voornaam minderjarige] is na een plaatsing bij Bergse Bos in oktober 2024 naar Schakenbosch overgeplaatst. Er bestaan nog steeds ernstige zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Hij laat bij Schakenbosch fors wisselend gedrag zien. Zo loopt hij frequent weg van Schakenbosch, vertoont hij grensoverschrijdend en fysiek agressief gedrag en is er risico op criminele beïnvloeding vanuit zijn sociale netwerk. Er worden echter ook periodes gezien waarin hij zich houdt aan de regels van de groep.
5.3.
In de afgelopen periode hebben er meerdere incidenten plaatsgevonden. Toch is er sprake van een lichte stijgende lijn in de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Hoewel [voornaam minderjarige] op dit moment nog in een gesloten setting verblijft, gaat hij zelfstandig naar school. De school ligt buiten het terrein van Schakenbosch. [voornaam minderjarige] doet zijn best op school en hij heeft daar vriendschappen opgebouwd. In overleg met de school zal [voornaam minderjarige] meer praktische vakken gaan volgen, zodat hij gemotiveerd blijft. Met een voorwaardelijke machtiging kan geleidelijk de overstap naar een open setting worden gemaakt. Een voorwaardelijke machtiging biedt [voornaam minderjarige] perspectief en de grenzen die nodig zijn om de stappen te zetten naar een open setting. Er is een hulpverleningsplan opgesteld met daarin onder meer voorwaarden waaraan [voornaam minderjarige] zich moet houden. Met de voorwaardelijke machtiging wordt de veiligheid en de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] zo goed mogelijk gewaarborgd. De kinderrechter benadrukt dat iedereen achter de voorwaardelijke gesloten machtiging staat en dat het aan [voornaam minderjarige] is om nu de juiste stappen te zetten en zich aan de afspraken te houden.
5.4.
[voornaam minderjarige] heeft kenbaar gemaakt de jeugdhulp te aanvaarden, zoals opgenomen in het hulpverleningsplan:
  • [voornaam minderjarige] verblijft bij Schakenbosch.
  • [voornaam minderjarige] werkt mee aan de dag routine van groep 12 (DID).
  • [voornaam minderjarige] gaat elke dag naar school.
  • Als er therapie wordt aangeboden werkt [voornaam minderjarige] hier aan mee.
  • Bij weglopen (onttrekking) blijft [voornaam minderjarige] in contact met de medewerkers van de groep van Schakenbosch ( [voornaam minderjarige] laat weten waar hij is en neemt de telefoon op als er wordt gebeld).
  • [voornaam minderjarige] heeft geen politiecontacten.
5.5.
Gelet op het voorgaande en op het feit dat ook de gedragswetenschapper in de instemmingsverklaring van 27 februari 2026 te kennen geeft dat een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk en passend is, zal de kinderrechter de voorwaardelijke machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen voor de duur van zes maanden.
5.6.
Het gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat er, naast een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, ook een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. [1] Uit de wet en de parlementaire geschiedenis volgt dat een voorwaardelijke machtiging geen machtiging is in de zin van artikel 1:265b van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit is pas een dergelijke machtiging indien deze machtiging wordt geëffectueerd. [2] [voornaam minderjarige] staat onder toezicht van de GI en de wet laat geen ruimte voor een vrijwillige uithuisplaatsing van een onder toezicht gestelde minderjarige. De kinderrechter zal daarom naast de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van zes maanden, zoals is verzocht.
5.7.
De kinderrechter verleent een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden.
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de reguliere machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een voorwaardelijke machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 16 maart 2026 tot 16 september 2026, onder de voorwaarden welke aan [voornaam minderjarige] in het hulpverleningsplan zijn gesteld;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 maart 2026 tot 16 september 2026;
6.3.
verklaart de beslissing onder 6.2. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 11 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

2.Artikel 6.1.6, zevende lid, Jw.