Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 9 januari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 12 januari 2026;
- het verweerschrift van mr. E.H. van de Gein van 1 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 2 maart 2026.
- het verzoekschrift van mr. S. Klootwijk (voorheen de advocaat van de moeder) van 12 december 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
- aanvullende stukken van de GI omtrent het NIKA-traject en de evaluatie van Enver, binnengekomen bij de rechtbank op 8 januari 2026;
- foto’s en video-opnames van mr. S. Klootwijk van omgangsmomenten tussen de moeder en [voornaam minderjarige] , binnengekomen bij de rechtbank op 21 januari 2026.
2.De feiten
Het contact tussen u en [voornaam minderjarige] zal plaatsvinden één keer per twee weken, gedurende een bezoek van 30 minuten.
De bezoeken vinden plaats onder begeleiding van de pleegoma en de jeugdbeschermer of pleegzorgwerker, omdat zij nodig zijn voor de veiligheid van [voornaam minderjarige] en om het contactmoment te kunnen ondersteunen en bijsturen.
De frequentie, duur en aanwezigen kunnen op dit moment niet verder worden uitgebreid of aangepast, omdat is vastgesteld dat [voornaam minderjarige] na de bezoeken met u meerdere dagen ontregeld raakt en extra ondersteuning nodig heeft.
Deze regeling wordt vastgesteld in het belang van de rust, veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Mocht in de toekomst blijken dat [voornaam minderjarige] minder ontregeling laat zien, dan kan opnieuw worden bekeken of aanpassing van de contactregeling mogelijk is.
3.De (aangehouden) verzoeken
4.De standpunten
Ten aanzien van de schriftelijke aanwijzing voert de GI aan dat zij de omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige] zo willen houden, omdat [voornaam minderjarige] tijd nodig heeft om te herstellen van de omgangsmomenten met de moeder en iedere week omgang daarom te veel is. De GI hoopt dat door de EMDR dit patroon kan worden doorbroken en de omgang weer kan worden uitgebreid.
Ten aanzien van de schriftelijke aanwijzing handhaaft de moeder het verzoek. Uit de video-opnames blijkt dat de omgang met [voornaam minderjarige] goed verloopt. Het is belangrijk voor de hechtingsrelatie dat er frequent omgang plaatsvindt. De moeder kan dan ook laten zien dat zij wel voor [voornaam minderjarige] kan zorgen. In het kader van een terugplaatsing is de beperking van de omgang niet wenselijk.
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.