ECLI:NL:RBROT:2026:2623
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering wijziging aanvrager kinderbijslag en toekenning helft kinderbijslag bij co-ouderschap
Eiseres heeft bij de SVB verzocht om wijziging van de aanvrager van de kinderbijslag voor haar dochter, met het argument dat sprake is van co-ouderschap sinds oktober 2022 en dat zij sinds de geboorte de aanvrager was. De SVB heeft geweigerd de aanvrager te wijzigen en bepaald dat eiseres vanaf het vierde kwartaal 2024 de helft van de kinderbijslag ontvangt.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld en geoordeeld dat de SVB terecht heeft geweigerd de aanvrager te wijzigen, omdat hiervoor toestemming van de huidige aanvrager, de ex-partner, nodig is en deze toestemming niet is gegeven. De rechtbank overweegt dat het recht op kindgebonden budget gekoppeld is aan de aanvrager van de kinderbijslag en dat de beleidsregel van de SVB bepaalt dat bij co-ouderschap zonder specifieke afspraken de kinderbijslag gelijk wordt verdeeld.
Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij voldoet aan de uitzonderingssituaties die een wijziging zonder toestemming mogelijk maken. Ook haar beroep op een eerdere ingangsdatum van de betaling van de helft van de kinderbijslag wordt verworpen, omdat eerdere besluiten in rechte vaststaan en de SVB de ingangsdatum op juiste gronden heeft vastgesteld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M. Zoethout op 2 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de SVB om de aanvrager van de kinderbijslag te wijzigen is ongegrond verklaard en de toekenning van de helft van de kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2024 bevestigd.