Uitspraak
[verdachte] ,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 11 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid aan poging tot moord en zware mishandeling met voorbedachte raad. De feiten betreffen een incident in de nacht van 18 mei 2025 waarbij het slachtoffer een steekwond opliep.
Uit het dossier en de zitting blijkt dat de medeverdachte de steekwond heeft toegebracht met voorbedachte raad, maar dat onvoldoende bewijs is voor de betrokkenheid van de verdachte bij het ter beschikking stellen van het mes. Hoewel het DNA van de verdachte op het mes werd aangetroffen en er contact was tussen verdachte en medeverdachte, kon niet worden vastgesteld dat verdachte het mes aan de medeverdachte heeft gegeven.
De rechtbank concludeert dat de verdachte niet wettig en overtuigend schuldig is aan medeplichtigheid of medeplegen en spreekt hem vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte is vrijgesproken. De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan poging tot moord en zware mishandeling met voorbedachte raad.