Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2641

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
11816014 CV EXPL 25-16390
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 onder c BWArt. 6:230m lid 1 onder g BWArt. 6:230m lid 1 onder o BWArt. 6:230m lid 1 onder p BWArt. 6:230v lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging energieovereenkomst wegens niet-naleving informatieplicht en toekenning redelijke vergoeding

Innova Energie B.V. vordert betaling van achterstallige energiekosten van [gedaagde] uit een overeenkomst voor levering van elektriciteit. [gedaagde] betwist de overeenkomst en voert identiteitsfraude aan.

De rechtbank oordeelt dat identiteitsfraude aan [gedaagde] kan worden toegerekend vanwege zijn nalatigheid in het zorgvuldig omgaan met persoonlijke gegevens. De overeenkomst wordt vernietigd omdat de bestelknop niet voldoet aan de wettelijke eisen, waardoor de consument niet gebonden is.

Innova heeft meerdere informatieverplichtingen geschonden, waaronder het niet verstrekken van contactgegevens, wijze van betaling, duur van de overeenkomst en opzegtermijnen. Hierdoor wordt de betalingsverplichting verminderd tot 40% van de hoofdsom. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. Proceskosten komen voor rekening van [gedaagde].

Uitkomst: De energieovereenkomst wordt vernietigd en [gedaagde] moet 40% van de hoofdsom plus incassokosten en rente betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11816014 CV EXPL 25-16390
datum uitspraak: 13 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Innova Energie B.V.,
vestigingsplaats: Delft,
eiseres,
gemachtigde: Caminada & Van Leeuwen Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E.J.H. van Lith.
De partijen worden hierna ‘Innova’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 17 juli 2025, met bijlagen;
  • de rolbeslissing van 27 augustus 2025;
  • de dagvaarding van 13 oktober 2025, met bijlagen;
  • de akte van Innova van 22 oktober 2025;
  • de conclusie van antwoord van 19 november 2025;
  • de conclusie van repliek van 14 januari 2026;
  • de conclusie van dupliek van 11 februari 2026.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.
Innova stelt dat [gedaagde] met ingang van 22 februari 2022 een overeenkomst met haar heeft gehad voor de levering van elektriciteit voor het adres [adres 1] in [woonplaats] . De overeenkomst is aangegaan voor de duur van een jaar en is voortijdig opgezegd op 5 augustus 2022. Volgens Innova heeft [gedaagde] twee voorschotnota’s en de eindnota niet betaald. [gedaagde] had deze nota’s volgens Innova wel moeten betalen. Zij vordert daarom betaling van € 347,26 aan achterstallige energiekosten. Verder maakt Innova aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. Als de kantonrechter de overeenkomst (gedeeltelijk) vernietigt vanwege een schending van de informatieplichten of vanwege een tekortkoming in het bestelproces van Innova, stelt zij zich op het standpunt dat [gedaagde] op grond van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking gehouden is een vergoeding te betalen voor de door Innova geleverde energie.
2.2.
[gedaagde] is het er niet mee eens. Hij betwist dat hij een overeenkomst met Innova heeft gesloten. [gedaagde] had in die tijd geen vaste woon- of verblijfplaats, woonde in kraakpanden, en heeft zijn postadres bij zijn ouders op het adres [adres 2] in [woonplaats] . [gedaagde] maakt gebruik van een ander mailadres dan het door Innova gebruikte mailadres. [gedaagde] erkent dat hij in die tijd niet secuur met zijn spullen en gegevens omging. Het heeft er alle schijn van dat een ander persoon gebruik heeft gemaakt van zijn naam en zijn gegevens en dat sprake is van identiteitsfraude. [gedaagde] voert verder aan dat Innova niet heeft voldaan aan haar informatieplichten.
2.3.
De eis van Innova wordt gedeeltelijk toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Identiteitsfraude
2.4.
[gedaagde] heeft het verweer gevoerd dat hij zelf geen overeenkomst heeft gesloten en dat hij naar alle waarschijnlijkheid het slachtoffer van identiteitsfraude is geworden. Dit verweer leidt niet tot afwijzing van de eis van Innova. [gedaagde] heeft namelijk erkend dat hij ten tijde van de overeenkomst niet secuur met zijn spullen en (bank)gegevens omging, in kraakpanden leefde en dat het adres [adres 1] in [woonplaats] ook een kraakpand was. De kantonrechter houdt er daarom rekening mee dat hier geen sprake is van een situatie waarin [gedaagde] buiten zijn schuld het slachtoffer is geworden van identiteitsfraude. [gedaagde] heeft verder weliswaar aangevoerd dat hij een ander emailadres gebruikt dan in de overeenkomst staat, maar heeft niet betwist dat het gebruikte emailadres ook van hem is. Daarnaast is het gebruikte bankrekeningnummer van hem en zijn er uit hoofde van de leveringsovereenkomst bedragen door Innova van zijn bankrekening afgeschreven zonder dat hij daartegen bezwaar heeft gemaakt. Als echt sprake zou zijn geweest van identiteitsfraude had van [gedaagde] minimaal verwacht mogen worden dat hij daartegen aangifte bij de politie had gedaan.
2.5.
Het gaat hier om persoonsgebonden en grotendeels strikt persoonlijke gegevens, waar uiterst zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Hij had er voor moeten waken dergelijke gegevens aan iemand anders te verstrekken. Door deze gegevens in alle waarschijnlijkheid te lichtvaardig aan iemand anders te geven heeft [gedaagde] zelf de situatie in het leven geroepen dat deze persoon de mogelijkheid kreeg daar misbruik van te maken en identiteitsfraude te plegen, op zodanige wijze dat die fraude voor (in dit geval) Innova niet kenbaar was. Gelet op de wijze waarop [gedaagde] heeft gehandeld is de kantonrechter dan ook van oordeel dat, voor zover er inderdaad sprake is van identiteitsfraude, deze fraude hem onder de gegeven omstandigheden kan worden toegerekend.
2.6.
Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] in beginsel de achterstallige voorschotnota’s en de eindnota aan Innova moet betalen. De kantonrechter wijst echter niet het volledige bedrag van € 347,26 toe. Hierna wordt uitgelegd waarom niet.
Informatieverplichtingen
2.7.
De overeenkomst is gesloten via de website [naam website] . Dit is dus een koop op afstand. Omdat [gedaagde] een consument is en Innova een handelaar, moet de kantonrechter (ambtshalve) toetsen of Innova heeft voldaan aan de informatieverplichtingen die op haar rusten. De rechtbanken hebben een sanctierichtlijn opgesteld voor het geval dit niet zo is. Dan wordt de overeenkomst (gedeeltelijk) vernietigd en slechts een deel van de hoofdsom afgewezen.
De bestelknop: vernietiging overeenkomst
2.8.
De consument is de bestelling aangegaan door middel van een bestelknop. Innova heeft niet aangetoond dat de tekst op de knop voldoet aan de eisen van de wet. Uit de tekst op de knop zelf moet namelijk blijken dat de consument uitdrukkelijk erkent dat zij een betalingsverplichting aangaat. Dat betekent dat de tekst ook in de omgangstaal zonder twijfel in verband moet worden gebracht met het ontstaan van een betalingsverplichting. [1]
2.9.
Innova heeft aangevoerd dat bij het aangaan van de overeenkomst een vakje moet worden aangevinkt met de tekst “ik begrijp dat ik een betalingsovereenkomst aanga en accepteer de voorwaarden”. Deze tekst staat boven de bestelknop en moet worden aangevinkt voordat de overeenkomst kan worden afgesloten. Volgens Innova is daarmee voldaan aan de informatieplicht van artikel 6:230v lid 3 BW. De kantonrechter mag echter alleen rekening houden met de woorden op de door Innova gebruikte bestelknop. Dat betekent dat geen acht mag worden geslagen op de tekst die direct boven de bestelknop van Innova wordt vermeld. [2] Uitgangspunt moet dus zijn de door Innova gebruikte bestelknop met daarop de vermelde tekst “bevestig je aanvraag”. De kantonrechter is van oordeel dat deze door Innova gebruikte bestelknop niet voldoet aan de informatieplicht van artikel 6:230v lid 3 BW.
2.10.
Bij een onjuiste bestelknop geeft de wet aan de consument het recht om de overeenkomst te vernietigen. [3] Dit is gebaseerd op de Richtlijn Consumentenrechten waarin staat dat de consument in zo’n geval niet aan de overeenkomst is gebonden. Volgens de kantonrechter betekent niet gebonden zijn dat de consument ervoor kan kiezen de overeenkomst niet in werking te laten treden, maar dat in dat geval ook de handelaar zijn verplichtingen niet meer hoeft na te komen. [gedaagde] heeft een beroep gedaan op vernietiging van de overeenkomst. De overeenkomst wordt daarom vernietigd. Vanwege de vernietiging wordt de overeenkomst – met terugwerkende kracht – geacht niet te hebben bestaan.
Redelijke vergoeding
2.11.
Uit de beslissing van de Hoge Raad van 4 oktober 2024 [4] volgt dat de handelaar, in dit geval Innova, na vernietiging van de overeenkomst recht heeft op een vergoeding van de waarde van de prestatie die zij op basis van de overeenkomst heeft geleverd. Oftewel, [gedaagde] moet Innova een vergoeding betalen voor de energie die hij geleverd heeft gekregen. Uit de beslissing van de Hoge Raad volgt ook dat Innova recht heeft op een vergoeding ‘voor zover dit redelijk is’ en dat het niet redelijk is als Innova een vergoeding zonder enige korting voor de prestatie zou ontvangen. De subsidiaire en meer subsidiaire grondslag van de eis van Innova, waarin op grond van onverschuldigde betaling dan wel ongerechtvaardigde verrijking de volledige hoofdsom wordt geëist, worden dan ook niet redelijk geacht. In dit geval zal voor het vaststellen van een redelijke vergoeding aansluiting worden gezocht bij de vraag in hoeverre Innova verder heeft voldaan aan de (andere) informatieverplichtingen die op haar rusten.
De essentiële informatieverplichtingen verstrekken van informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst
De contactgegevens van de handelaar
2.12.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder c BW moet contactinformatie van de handelaar worden verstrekt. Hierom moet ten minste een e-mailadres, telefoonnummer of een adres van een vestiging worden gegeven. Innova heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder c BW is geschonden.
De wijze van betaling
2.13.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g BW moet de wijze van betaling worden getoond. Het gaat daarbij om de wijze waarop de consument mag betalen en de termijn(en) waarbinnen moet worden betaald. Als de betaling loopt via een derde partij (niet zijnde een bank) dan moet dit ook worden vermeld. Innova heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
De duur van de overeenkomst en opzegtermijn na verlenging
2.14.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder o BW moet voor de consument duidelijk zijn hoe lang de overeenkomst loopt als deze niet tussentijds wordt opgezegd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt. Als de overeenkomst doorloopt dan moet ook worden vermeld op welke termijn de consument de overeenkomst daarna kan opzeggen. Informatie over de duur van de overeenkomst en de vraag of de overeenkomst vanzelf eindigt of juist doorloopt moet tijdens het bestelproces aan de consument worden verstrekt zonder dat de consument de informatie zelf moet opzoeken. Niet voldoende is dus dat deze informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Informatie over de wijze van opzeggen na het verstrijken van de eerste periode mag wel in de algemene voorwaarden worden opgenomen. Innova heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.
De periode waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen
2.15.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder p BW moet voor de consument duidelijk zijn voor welke periode zij ten minste aan de overeenkomst gebonden is. In dit geval dient te worden vermeld dat de consument de overeenkomst op elk moment mag opzeggen met een termijn van dertig dagen maar dat de consument – als dat is overeengekomen – dan wel een opzegvergoeding moet betalen. Dit volgt namelijk uit de wet. [5] De consument moet tijdens het bestelproces duidelijk op deze informatie worden gewezen. Niet voldoende is dat de informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Alleen de hoogte van een eventuele opzegvergoeding mag wel in de algemene voorwaarden worden opgenomen. Innova heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder p BW is geschonden.
Bevestiging van de informatie op een duurzame gegevensdrager
De duur van de overeenkomst en de opzegtermijn na verlenging
2.16.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder o in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet op een duurzame gegevensdrager worden bevestigd hoe lang de overeenkomst loopt als deze niet tussentijds wordt beëindigd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt. Als de overeenkomst doorloopt dan moet ook worden vermeld met welke termijn de consument de overeenkomst daarna kan opzeggen. Innova heeft niet aangetoond dat deze informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument is verstrekt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.
De periode waarbinnen de consument de overeenkomst niet kan opzeggen
2.17.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder p in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet op een duurzame gegevensdrager worden bevestigd voor welke periode de consument ten minste aan de overeenkomst gebonden is. In dit geval moest worden vermeld dat de consument de overeenkomst op elk moment mocht opzeggen met een termijn van dertig dagen maar dat de consument – als dat is overeengekomen – bij tussentijdse opzegging wel een opzegvergoeding moet betalen. Dit volgt namelijk uit de wet. [6] Innova heeft niet aangetoond dat deze informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument is verstrekt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder p BW is geschonden.
Conclusie essentiële informatieverplichtingen
2.18.
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen van informatieverplichtingen met toepassing van de sanctierichtlijn een redelijke vergoeding, zoals onder 2.10 overwogen, toekennen van 40% van de hoofdsom. Er is in dit geval namelijk sprake van meer dan drie voldoende ernstige schendingen en een bestelknop die niet voldoet, hetgeen ertoe leidt dat de betalingsverplichting van de consument op die basis wordt verminderd met 60%. Dat betekent dat € 138,90 aan hoofdsom toewijsbaar is (40% van € 347,26, de hoofdsom).
Incassokosten en rente
2.19.
Innova heeft recht vergoeding van op buitengerechtelijke kosten op basis van de toewijsbare hoofdsom (artikel 6:96 BW Pro). Daarom is € 40,- aan buitengerechtelijke kosten toewijsbaar. De wettelijke rente wordt toegewezen steeds over het openstaande saldo aan hoofdsom voor zover [gedaagde] in verzuim is. Daarbij wordt opgemerkt dat als er meerdere termijnen verschuldigd zijn, steeds elke termijn met een gelijk percentage is verminderd.
Proceskosten
2.20.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij door Innova terecht in rechte is betrokken vanwege niet betaalde facturen en overwegend in het ongelijk wordt gesteld (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Innova moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 86,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 363,28. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.21.
Dit vonnis wordt, zoals geëist, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Innova te betalen € 178,90 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf de dag van verzuim heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Innova worden begroot op € 363,28;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
932

Voetnoten

1.Hof van Justitie EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269
2.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2804
3.Zie artikel 6:230v lid 3 BW
4.Hoge Raad 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1366
5.Zie artikel 95m lid 7 van de Elektriciteitswet en artikel 52b lid 7 van de Gaswet
6.Zie artikel 95m lid 7 van de Elektriciteitswet en artikel 52b lid 7 van de Gaswet