Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2643

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/10/712334 / JE RK 25-2676 en C/10/712337 / JE RK 25-2677
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzoekt de verlenging van de ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen, verdeeld over twee zaaknummers, voor de duur van zes maanden. De kinderen wonen bij hun moeder en (stief)vader, waarbij de moeder het ouderlijk gezag heeft over drie kinderen en samen met de (stief)vader over de andere twee. De biologische vader van vier kinderen onderhoudt langzaam opgebouwde, begeleide bezoeken.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, was de moeder aanwezig en gaf zij aan dat het goed gaat met het gezin en dat er rust is in de thuissituatie. De moeder erkent dat er nog hulp nodig is voor het oudste kind, waarvoor zij zelf al een kinderpsycholoog en ziekenhuisafspraak heeft geregeld. De (stief)vader was niet aanwezig, maar correct opgeroepen.

De jeugdbeschermer rapporteert positieve ontwikkelingen en goed contact met het gezin en de school, die geen zorgelijke signalen meer zien. Wel blijven er zorgen over de emotionele veiligheid van de kinderen, vooral vanwege de geschiedenis van huiselijk geweld met de biologische vader en de noodzaak van begeleide bezoeken. De kinderrechter acht de betrokkenheid van de GI noodzakelijk en verlengt de ondertoezichtstelling voor zes maanden, waarbij de beslissing direct uitvoerbaar wordt verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen wordt verlengd voor zes maanden en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/712334 / JE RK 25-2676 en C/10/712337 / JE RK 25-2677
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] ,
[minderjarige 4],
geboren op [geboortedatum 4] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 4] ,
[minderjarige 5],
geboren op [geboortedatum 5] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 5] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam (stief)vader],
hierna te noemen: de (stief)vader, wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam (biologische) vader],
hierna te noemen: meneer [naam (biologische) vader] , de biologische vader van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] , wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen inzake C/10/712334 / JE RK 25-2676 van 22 december 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 23 december 2025;
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen inzake C/10/712337 / JE RK 25-2677 van 22 december 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 23 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
  • meneer [naam (biologische) vader] .
1.3.
De (stief)vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] . De moeder en (stief)vader [naam (stief)vader] zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] .
2.2.
De kinderen wonen bij de moeder en (stief)vader [naam (stief)vader] .
2.3.
Meneer [naam (biologische) vader] is de biologische vader van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] . Vader [naam (stief)vader] is de biologische vader van [voornaam minderjarige 5] .
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 februari 2025 de kinderen onder toezicht gesteld van de GI tot 28 februari 2026.

3.De verzoeken

Ten aanzien van het zaaknummer C/10/712334 / JE RK 25-2676
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/712337 / JE RK 25-2677
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.3.
De GI handhaaft de verzoeken ter zitting en licht de verzoeken als volgt toe. Sinds de kinderen onder toezicht gesteld zijn, is de jeugdbeschermer meerdere keren op huisbezoek geweest bij de moeder. De jeugdbeschermer heeft met de moeder, de kinderen en met school regelmatig gesproken. De kinderen gaan dagelijks naar school en maken een goede indruk. De jeugdbeschermer heeft de problemen die uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming naar voren kwamen niet waargenomen. Wel zijn er zorgen over de taalontwikkeling van de kinderen, maar over het algemeen gaat het goed met de kinderen. Ook school ziet geen zorgelijke signalen (meer), waaruit zou blijken dat de opvoeding niet toereikend zou zijn. Schoolmaatschappelijk werk is betrokken voor [voornaam minderjarige 1] om te kijken of er meer begeleiding nodig is. De contacten met de biologische vader meneer [naam (biologische) vader] en [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 4] zijn langzaam opgebouwd en inmiddels vinden er begeleide bezoeken plaats. De komende periode wil de GI gebruiken om te monitoren hoe de deze contacten verlopen en om te kijken waar de betrokkenen hulp bij nodig hebben. Ook kijkt de GI naar mogelijkheden voor de uitbreiding van de bezoeken. De jeugdbeschermer is op bezoek geweest bij de ouders van meneer [naam (biologische) vader] , om te bezien of daar omgang tussen meneer [naam (biologische) vader] en de kinderen kan plaatsvinden. Daar zijn [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] vroeger vaak geweest. Wel is het van groot belang dat de kinderen en de moeder daar aan toe moeten zijn, zij hebben het nodige vroeger meegemaakt met meneer [naam (biologische) vader] . De jeugdbeschermer benadrukt dat dingen daardoor soms lang duren, maar de emotionele veiligheid van de kinderen is het belangrijkst.

4.Het standpunt van de moeder

De moeder voert geen verweer tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. In het verleden is er veel gebeurd. De moeder geeft aan dat het nu goed gaat met haar en de kinderen. Er is rust in de thuissituatie. De kinderen gaan op tijd naar school en de (stief)vader doet het geweldig met de kinderen. De moeder ziet wel dat er hulp nodig is voor [voornaam minderjarige 1] . Zij heeft een afspraak gemaakt bij de kinderpsycholoog. Ook heeft zij voor [voornaam minderjarige 1] een afspraak gemaakt bij het ziekenhuis.

5.Informatie van de informant

Meneer [naam (biologische) vader] is blij dat hij zijn kinderen weer ziet. De bezoeken gaan goed en hij doet zijn best om het voor de kinderen een mooie dag te maken. De hulp van de reclassering en de Waag hebben voor een positieve verandering gezorgd.

6.De beoordeling

6.1.
Gelet op het feit dat er ter zitting geen verweer is gevoerd tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in art. 1:255 BW Pro aanwezig zijn, zal de ondertoezichtstelling als onweersproken worden verlengd voor de duur van 6 maanden.
6.2.
De jeugdbeschermer heeft een mooie start gemaakt in de samenwerking met de moeder. Uit haar toelichting volgt dat ze intensief contact met moeder, de kinderen en de school heeft onderhouden om het gezin goed te volgen. Door onbevooroordeeld naar de situatie te gaan kijken, heeft ze goed contact met de moeder en de kinderen kunnen opbouwen. De moeder is een periode niet bereikbaar geweest voor de GI toen het minder goed ging met haar vader. Daarna is het contact tussen de moeder en de jeugdbeschermer weer hersteld. De jeugdbeschermer is meermaals bij het gezin op huisbezoek geweest. De zorgen die beschreven waren door de Raad voor de Kinderbescherming worden niet geconstateerd. Er is goed contact tussen de school, schoolmaatschappelijk werk en de GI. De school en schoolmaatschappelijk werk geven ook aan geen zorgen te zien. De GI heeft hierdoor geen intensieve opvoedondersteuning ingezet bij de moeder. Er wordt thuis goed voor de kinderen gezorgd.
Bij [voornaam minderjarige 1] is er nog sprake van trauma. De school en schoolmaatschappelijk werk zijn aan het kijken of ambulante begeleiding nodig is. Ter zitting is gebleken dat de moeder zelfstandig een kinderpsycholoog voor [voornaam minderjarige 1] heeft ingeschakeld. Ook heeft zij een afspraak gemaakt in het ziekenhuis, nadat ze met [voornaam minderjarige 1] naar de huisarts is geweest. De kinderrechter heeft de moeder gecomplimenteerd voor de manier waarop zij samenwerkt met de GI en zelf initiatieven neemt om hulp in te schakelen.
Desondanks acht de kinderrechter de betrokkenheid van de GI noodzakelijk. De zorgen hebben op dit moment vooral betrekking op de omgang tussen meneer [naam (biologische) vader] en zijn kinderen. Tijdens de relatie tussen de moeder en meneer [naam (biologische) vader] is sprake geweest van huiselijk geweld en op dit moment vinden er alleen begeleide bezoeken plaats. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermer de omgangsmomenten met de kinderen blijft monitoren. De kinderrechter benadrukt dat het emotionele welzijn van de kinderen voorop dient te staan. Daarbij in het bijzonder dat van [voornaam minderjarige 1] , omdat hij als oudste kind veel heeft gezien en heeft meegemaakt. Er zijn veel dingen in gang gezet die langzaam de goede kant op gaan, maar de situatie is op dit moment nog erg kwetsbaar.
6.3.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] , [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] voor de duur van zes maanden.
6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/712334 / JE RK 25-2676
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 28 augustus 2026;
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/712337 / JE RK 25-2677
7.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 4] en [voornaam minderjarige 5] tot 28 augustus 2026;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 27 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.