De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzoekt de verlenging van de ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen, verdeeld over twee zaaknummers, voor de duur van zes maanden. De kinderen wonen bij hun moeder en (stief)vader, waarbij de moeder het ouderlijk gezag heeft over drie kinderen en samen met de (stief)vader over de andere twee. De biologische vader van vier kinderen onderhoudt langzaam opgebouwde, begeleide bezoeken.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, was de moeder aanwezig en gaf zij aan dat het goed gaat met het gezin en dat er rust is in de thuissituatie. De moeder erkent dat er nog hulp nodig is voor het oudste kind, waarvoor zij zelf al een kinderpsycholoog en ziekenhuisafspraak heeft geregeld. De (stief)vader was niet aanwezig, maar correct opgeroepen.
De jeugdbeschermer rapporteert positieve ontwikkelingen en goed contact met het gezin en de school, die geen zorgelijke signalen meer zien. Wel blijven er zorgen over de emotionele veiligheid van de kinderen, vooral vanwege de geschiedenis van huiselijk geweld met de biologische vader en de noodzaak van begeleide bezoeken. De kinderrechter acht de betrokkenheid van de GI noodzakelijk en verlengt de ondertoezichtstelling voor zes maanden, waarbij de beslissing direct uitvoerbaar wordt verklaard.