De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen die bij hun vader wonen. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 28 februari 2026. De GI acht haar rol noodzakelijk om de omgang tussen de kinderen en de moeder te waarborgen, hoewel de jeugdbeschermer sinds de laatste zitting weinig heeft hoeven doen.
De bijzondere curator adviseert om te stoppen met de ondertoezichtstelling omdat deze spanningen tussen de ouders veroorzaakt, maar benadrukt dat begeleiding nodig blijft en wil het voortouw nemen bij het opstellen van een ouderschapsplan. De vader steunt dit advies, terwijl de moeder de ondertoezichtstelling wil voortzetten als stok achter de deur.
De kinderrechter constateert dat de omgang tussen moeder en kinderen kwetsbaar blijft en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is totdat goede afspraken in een ouderschapsplan zijn vastgelegd. De GI zal het gezin overdragen aan 'team beheer', waardoor er geen vaste jeugdbeschermer meer is, en de bijzondere curator zal de regie nemen. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 30 oktober 2026 en de bijzondere curator wordt herbenoemd voor dezelfde periode. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.