Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen
[Naam eiseres] , uit Diemen, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Bij raadpleging van het UBO-register op 19 februari 2024 is gebleken dat eiseres nog steeds niet heeft voldaan aan haar verplichting om zijn UBO(’s) te registreren.
Deze bevindingen heeft verweerder neergelegd in het onderzoeksrapport van 19 februari 2024.
Deze onderneming en een aan eiseres gelieerde onderneming (de [naam onderneming 2] ) zijn door de gemachtigde in 2011 opgericht, echter later dat jaar heeft de gemachtigde door diverse onvoorziene (persoonlijke) omstandigheden moeten besluiten om in loondienst te gaan. Later heeft dit ertoe geleid dat de aan eiseres gelieerde onderneming is uitgeschreven uit het handelsregister van de KvK. Dit was ook de bedoeling voor eiseres zelf. Door toedoen van de KvK is dit echter keer op keer niet gelukt. In beroep heeft eiseres meerdere ingediende klachten gericht aan de KvK overgelegd. Van belang is dat er sprake is van een niet-actieve onderneming.
Daarnaast voert eiseres aan dat haar gemachtigde veelvuldig en langdurig in het buitenland is voor zijn werk en daardoor niet altijd tijdig kennis heeft kunnen nemen van brieven van verweerder of de KvK. Het is bovendien als gevolg van een scheiding voor de gemachtigde niet mogelijk om aan de administratie te komen over de gang van zaken omtrent de (voorgenomen) uitschrijving.
De omstandigheid dat eiseres een inactieve onderneming is die niet deelneemt aan het economische verkeer, kan naar het oordeel van de rechtbank evenmin afdoen aan de bevoegdheid van verweerder op tot boeteoplegging over te gaan. De Hrw maakt geen onderscheid maakt tussen actieve en inactieve organisaties voor de wettelijk plicht om de UBO(’s) te registreren, zodat deze door eiseres aangedragen omstandigheid in die zin irrelevant is.