Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verdere procedure
.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de advocaat van de vader;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] ,
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
2.De verdere vaststaande feiten
3.De verdere beoordeling
De man heeft in oktober 2023 de echtelijke woning van partijen verlaten. Sindsdien heeft de man geen contact met de minderjarigen.’Dit contact is tot op heden, ruim twee jaar later, niet hersteld. Daarin ziet de rechtbank een wijziging van omstandigheden.
In genoemde mondelinge beslissing van 31 maart 2025 inzake de ondertoezichtstelling van de minderjarigen, is overwogen dat indien de man niet meewerkt aan wat voor de minderjarigen aan hulpverlening nodig is, zal worden overwogen om het verzoek van de vrouw in deze procedure om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar alleen te belasten met het gezag over de minderjarigen, toe te wijzen. Dit omdat de man hulpverlening voor de minderjarigen belemmert door hulpverleners te verbieden gesprekken met hen alleen te voeren en dat bij toekenning van het eenhoofdig gezag aan de vrouw de voor de minderjarigen benodigde hulpverlening alsnog van de grond kan komen. Ook zijn uit het onderzoek van de raad signalen van dwingende controle/intiem terreur door de man naar de vrouw toe, gebleken, te weten huiselijk geweld tijdens het huwelijk en stalking na het einde van het huwelijk. De raad adviseert in dit verband om met betrekking tot de hulpverlening, voorlopig niet in te zetten op verbetering van de communicatie tussen partijen, maar om hen eerst een individueel hulptraject aan te bieden en om toe te werken naar veiligheid en verwerking van traumagerelateerde klachten.’De rechtbank heeft daarmee aan de vader een laatste kans gegeven om mee te werken aan het opstarten van de benodigde hulpverlening voor de minderjarigen en zo te laten zien dat hij in staat is samen met de moeder het ouderlijk gezag uit te oefenen. De vader heeft nog altijd niet meegewerkt aan hulpverlening voor de minderjarigen. De toezegging van de advocaat van de vader tijdens de mondelinge behandeling om nogmaals daarover met vader in gesprek te gaan, komt te laat. Het niet meewerken van de vader betekent dat de minderjarigen niet de hulp krijgen die zij nodig hebben en die de moeder wil inzetten. Daarmee zitten de minderjarigen klem tussen hun ouders. De rechtbank heeft er, gelet op de ondertoezichtstelling én de duidelijke winstwaarschuwing aan de vader in de laatste beschikking, geen vertrouwen in dat hierin op korte termijn nog verbetering valt te verwachten. Daarnaast is de vader, naast de informatie die hij van de moeder krijgt, niet op de hoogte van wat er speelt in het leven van de minderjarigen. Dat maakt dat de vader niet weet welke beslissingen in hun belang zijn.