Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] (op de rechtbank ontvangen op 24 september 2025), met bijlagen;
- het verweerschrift van [naam] , met bijlagen;
- de nadere bijlagen 6 en 7 van [verzoeker] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De werknemer was sinds 1 januari 2025 in dienst bij de werkgever als medewerker binnen- en buitendienst. De werkgever stelde dat zij de werknemer op 12 juni 2025 op staande voet had ontslagen met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2025, waardoor zij geen loon meer verschuldigd zou zijn over juni. De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat hij geen loon had ontvangen over juni 2025.
De kantonrechter oordeelde dat een ontslag op staande voet niet met terugwerkende kracht kan worden gegeven en dat niet is komen vast te staan dat de werknemer de ontslagbrief heeft ontvangen. Hierdoor is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en bleef de arbeidsovereenkomst doorlopen tot 30 juni 2025.
De werknemer had zich ziek gemeld en medische stukken ondersteunden zijn ziekmelding. De werkgever had geen bedrijfsarts ingeschakeld en kon daarom niet eisen dat de werknemer een deskundigenverklaring overlegt. De werkgever moet het loon inclusief vakantiegeld en wettelijke rente betalen. De wettelijke verhoging werd gematigd tot nihil vanwege de omstandigheden.
Daarnaast moet de werkgever een correcte eindafrekening verstrekken binnen veertien dagen, met een dwangsom bij te late betaling. De werknemer heeft recht op een transitievergoeding van €176,00 met wettelijke rente. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van loon, transitievergoeding, wettelijke rente en het verstrekken van een eindafrekening na ongeldig ontslag op staande voet.