De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige verblijft officieel bij zijn moeder, maar is voornamelijk bij zijn vader. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 5 maart 2026 en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot die datum, maar van deze machtiging was nog geen gebruik gemaakt.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door een instabiele opvoedsituatie, kenmerken van ADHD, ODD en een autismespectrumstoornis, en problemen met emotie- en gedragsregulatie. Na een periode van verblijf bij een jeugdhulpaanbieder zijn er incidenten geweest waardoor de minderjarige niet langer welkom is bij die instelling. Er is nog geen passende vervolgplek gevonden ondanks intensieve zoektocht.
De moeder en de gecertificeerde instelling zijn het erover eens dat verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van de minderjarige is. De kinderrechter oordeelt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is en verlengt de ondertoezichtstelling tot 5 maart 2027 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 5 juni 2026. Tevens wordt de gemeente Rotterdam opgeroepen om te verschijnen en toe te lichten waarom geen passende plek is gevonden. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en er is een vervolgzitting gepland.