ECLI:NL:RBROT:2026:2737
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning urgentieverklaring na onterechte afwijzing door college Rotterdam
Verzoekster, moeder van drie kinderen, verblijft met twee van hen in een opvanglocatie in Rotterdam en heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor uitstroom naar zelfstandig wonen. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat verzoekster niet economisch of maatschappelijk gebonden zou zijn aan de woningmarktregio Rotterdam.
Na bezwaar en beroep oordeelt de voorzieningenrechter dat verzoekster wel degelijk een redelijk belang heeft om zich in Rotterdam te vestigen, mede vanwege haar langdurige inschrijving, sociale netwerk, en de schoolgaande kinderen in de regio. Het college heeft het criterium van maatschappelijke gebondenheid te strikt geïnterpreteerd en onvoldoende gemotiveerd.
De voorzieningenrechter vernietigt het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit en bepaalt dat de urgentieverklaring aan verzoekster wordt verstrekt. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze niet meer nodig is. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het college heeft ten onrechte de urgentieverklaring geweigerd; deze wordt nu toegekend aan verzoekster.