2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte op 13 september 2025 in Rotterdam de straatroof heeft gepleegd.
De volledige bewezenverklaring luidt dat:
hij op 13 september 2025 te Rotterdam op de openbare weg, de Pretorialaan,
een tas, inhoudende (onder andere) een geldbedrag van ongeveer 30 euro en een kopie van een identiteitsbewijs en een ziektekostenverzekeringspasje die aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal, gemakkelijk te maken, door het rukken en/of trekken aan die tas.
Deze bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande nadere bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie, aangifte mevrouw [slachtoffer]Op 13 september 2025 zat ik op mijn rollator op de Pretorialaan in Rotterdam. Ik had mijn handtas om mijn schouder. Ik voelde dat mijn tas van mijn schouder werd afgetrokken door een persoon op een fiets. Doordat de tas van mijn schouder af werd getrokken viel ik. In mijn tas zat een portemonnee met ongeveer 30 euro aan contant geld. Ook zat er kopie in van mijn identiteitsbewijs en een pasje van het ziekenfonds.
2.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen verbalisant
Op 19 september 2025 was ik, verbalisant [naam verbalisant] , belast met een onderzoek naar een diefstal met geweld, gepleegd op 13 september 2025 op de Pretorialaan met de kruising Putselaan te Rotterdam. Ik bevond mij bij het bedrijf [autobedrijf X] te Rotterdam. Daar heb ik camerabeelden gevorderd. Hierop was de verdachte van het eerdergenoemde strafbare feit zichtbaar. De camerabeelden konden niet direct verstrekt worden door de manager van [autobedrijf X] . Echter konden wel direct screenshots van de camerabeelden gemaakt en verstrekt worden. Ik herkende de dader op de camerabeelden van [autobedrijf X] doordat ik deze man eerder al had gezien op camerabeelden van advocatenkantoor [advocatenkantoor X] . Deze camerabeelden hadden direct zicht hadden op het gepleegde strafbare feit. Ik herkende de persoon op de camerabeelden die mij getoond werden door de manager bij [autobedrijf X] als de mij bekende: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] .
3.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen verbalisantenOp 19 september 2025 keken wij naar camerabeelden van het advocatenkantoor aan de Pretorialaan in Rotterdam, die zicht gaven op een straatroof gepleegd op 13 september 2025.
Wij zagen dat omstreeks 14:44 uur het slachtoffer van de straatroof te voet in beeld kwam en uit het zich verdween achter een boom. Wij zagen dat er een man achter de vrouw aanliep met een fiets in zijn had en deze vlakbij de vrouw op ongeveer 1 meter afstand van het slachtoffer parkeerde op de stoep. Wij zagen dat de man er als volgt uitzag: man, licht getinte huidskleur, donker haar, donkere jas en broek, vrouwenfiets met mandje voorop met daarin een blauwe plastic Albert-Heijn tas.
Wij zagen dat de man van de fiets af stapte en in de richting van de vrouw verdween die achter de boom stond. Wij zagen dat de man vervolgens terug in beeld kwam
terwijl hij een slingerbeweging met zijn arm maakte. Wij zagen dat hij opeens een
zwart tasje met aan een lang zwart hengsel in zijn hand had terwijl hij eerder met
lege handen was toen hij van zijn fiets afstapte en richting het slachtoffer bewoog.
Wij zagen dat de man vervolgens op zijn fiets sprong en snel wegfietste in de
richting van de Putselaan.
Op een andere cameraopstelling van het advocatenkantoor zagen wij nogmaals dat de
verdachte na de beroving wegfietste in de richting van de Putselaan.
Vervolgens hebben wij gekeken of we beeld konden krijgen van het moment dat de
verdachte aan kwam fietsen over de Putselaan. Wij konden de beelden inzoomen en zagen dat de verdachte inderdaad via de Putselaan aangefietst kwam. Wij zagen dat verdachte het slachtoffer ziet ter hoogte van de kruising Putselaan/ Pretorialaan. Wij zagen dat hij van zijn fiets afstapt en haar blijft volgen door achter haar te blijven
lopen met de fiets in de hand.
Wij konden het signalement van de verdachte goed in ons opnemen door de goede
kwaliteit van de beelden.
Hierna zijn wij naar buiten gegaan in de richting van waaruit de verdachte aangefietst kwam om te kijken of we camerabeelden konden vinden die nog beter zicht gaven op de verdachte. Wij bezochten autobedrijf [autobedrijf X] gelegen in de [adres 2] te Rotterdam waar we spraken met een medewerker genaamd [persoon A] .
[persoon A] toonde ons vervolgens camerabeelden van 13 september 2025 van het fietspad van de Putselaan. Wij zagen dat omstreeks 14:44 uur het slachtoffer met haar rollator langzaam aangelopen kwam vanuit de richting van de Johannes-Brandstraat. Wij zagen dat ze recht voor de [autobedrijf X] stopte en ging rusten op haar rollator. Enige tijd later liep ze langzaam verder in de richting van de Pretorialaan. Op hetzelfde moment kwam de verdachte aangefietst uit dezelfde richting als het slachtoffer. Wij zagen dat de verdachte het slachtoffer passeerde omkeek en doorfietste in de richting van de Pretorialaan.
Wij konden zien dat het signalement van deze verdachte volledig overeenkwam met het signalement van de verdachte en zijn fiets die wij reeds eerder op de beelden van het advocatenkantoor hadden gezien.
Opvallend aan de fiets waarop verdachte fietste was dat dit een damesfiets betrof met
dubbele frame stang en dat er in het mandje voorop een blauwe plastic Albert Heijn
tas zat.
2.3.2.Bewijsmotivering
Standpunt verdediging
De verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd en er zijn onvoldoende deugdelijke bewijsmiddelen die de verdachte aan dit feit kunnen linken. De aangeefster heeft de dader niet gezien, de verdachte is niet of onvoldoende aan de camerabeelden te koppelen en de herkenning van de verdachte door de politie is onvoldoende betrouwbaar.
Er is in ieder geval geen sprake is van een gekwalificeerde diefstal, omdat alleen de aangeefster over de geweldshandeling heeft verklaard en deze niet te zien is op de camerabeelden.
Oordeel van de rechtbank
De bewezenverklaring berust op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen.
De herkenning door verbalisant [naam verbalisant] acht de rechtbank betrouwbaar, omdat hij blijkens het proces-verbaal de verdachte kende van eerdere opsporingsonderzoeken waarbij de verdachte betrokken was en waarbij de verbalisant hem persoonlijk gezien en gesproken heeft.
Het verweer dat er geen sprake is van een gekwalificeerde diefstal wordt ook verworpen.
Het wegtrekken van een tasje van de schouder van iemand met zodanige kracht dat die persoon daardoor valt, is geweld in de zin van art 312 van het Wetboek van Strafrecht.
De verklaring van aangeefster dat dit haar is overkomen staat niet op zichzelf, maar wordt ondersteund door de camerabeelden waarop is te zien dat de dader een slingerbeweging met zijn arm maakte toen hij het tasje wegpakte. Dit levert voldoende bewijs op voor het tenlastegelegde geweld.