ECLI:NL:RBROT:2026:2782
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot terugbetaling geldbedrag wegens onvoldoende bewijs van afspraken
In deze civiele procedure vordert eiseres terugbetaling van een geldbedrag van €30.020,69 dat volgens haar door gedaagde van een bankrekening van een stichting op zijn zakelijke rekening is overgemaakt. De rechtbank heeft eiseres de bewijslast opgelegd om aan te tonen dat het geld aan haar toebehoort en dat er afspraken waren dat gedaagde het bedrag naar haar rekening zou overmaken, wat niet is gebeurd.
Eiseres slaagt erin te bewijzen dat het geldbedrag aan haar toebehoort en dat zij ontvankelijk is in haar vordering. Echter, zij faalt in het bewijs dat gedaagde het bedrag in strijd met afspraken op zijn eigen rekening heeft gestort. De verklaringen van eiseres en haar getuigen zijn onvoldoende overtuigend en de geluidsopname met gedaagde bevat geen duidelijke erkenning van terugbetalingsplicht.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast bij eiseres ligt en dat zij deze niet heeft voldaan. Hoewel de lezing van gedaagde niet geheel logisch is, rust het bewijsrisico op eiseres. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot terugbetaling van €30.020,69 wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van afspraken over overmaking.