ECLI:NL:RBROT:2026:284
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van eiseres in het kader van de Wet WIA
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 6 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil tussen eiseres, een IG-verzorgende uit Capelle aan den IJssel, en het UWV over de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid per 29 november 2023. Eiseres had eerder een loongerelateerde WGA-uitkering ontvangen, maar het UWV had deze omgezet naar een WGA-loonaanvullingsuitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid op 35,82% werd vastgesteld. Eiseres was het niet eens met deze beslissing en stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt was op medische gronden. De rechtbank heeft de argumenten van eiseres beoordeeld, waaronder de stelling dat de primaire verzekeringsarts onjuiste informatie had gebruikt in haar rapportages. De rechtbank concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld en dat er voldoende rekening was gehouden met de beperkingen van eiseres in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank oordeelde dat de beslissing van het UWV zorgvuldig tot stand was gekomen en dat er geen grond was voor het oordeel dat eiseres volledig arbeidsongeschikt was. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, en zij kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.