ECLI:NL:RBROT:2026:287
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging arbeidsongeschiktheidspercentage en WIA-uitkering door UWV
Eiser, die sinds 2014 arbeidsongeschikt is, kreeg in 2023 een WGA-vervolguitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,82%. Het UWV stelde in 2024 voor dit percentage te verlagen naar 34,59%, waarmee het recht op WIA-uitkering zou vervallen. Eiser maakte bezwaar en diende beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de medische beperkingen van eiser zorgvuldig en op juiste gronden heeft vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen objectief beoordeeld en de Functionele Mogelijkhedenlijst aangepast. De arbeidsdeskundige heeft passende functies vastgesteld die aansluiten bij de mogelijkheden van eiser.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie onderschat is en dat hij de geduide functies niet kan verrichten. De rechtbank stelt echter vast dat de klachten en beperkingen van eiser voldoende zijn meegewogen en dat er geen nieuwe medische feiten zijn die aanleiding geven tot wijziging van het oordeel. De rechtbank kan geen medische herbeoordeling uitvoeren.
De rechtbank concludeert dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage terecht heeft vastgesteld op 34,59%, waardoor eiser geen recht meer heeft op een WIA-uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit tot verlaging van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage naar 34,59% wordt ongegrond verklaard.