Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 4 oktober 2023;
- het aanvullend verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 11 juni 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 11 september 2025;
- het gewijzigd petitum van de man, ingekomen op 19 september 2025;
- de berichten met bijlagen van de vrouw van 19 september 2025 en 29 september 2025,
- de beschikking van deze rechtbank van 22 oktober 2025;
- het aanvullend verzoek met bijlagen van de man, ingekomen 9 december 2025;
- het verweerschrift met bijlagen van de vrouw op het aanvullend verzoek, ingekomen 16 december 2025;
- het bericht met bijlage van de vrouw, van 17 december 2025;
- het bericht met bijlage van de man, van 18 december 2025.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De verdere procedure
3.De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder en zussen en/of broers voor en na de verhuizing;
- de mate waarin ouders nog in staat zijn tot overleg;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen.
- primair te bepalen dat hij € 277,- per maand bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] samen;
- subsidiair te bepalen dat hij € 402,- per maand bijdraagt.
4.De beslissing
mr. K. Bakker en mr. I.J. Pieters, (kinder)rechters, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. B.J. Louter, griffier, op 3 februari 2026.