ECLI:NL:RBROT:2026:297
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen UWV
Verzoekster uit Stellendam had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar door het UWV. Nadat het UWV alsnog op 13 augustus 2025 een beslissing nam, trok verzoekster haar beroep in. Zij verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De rechtbank Rotterdam beoordeelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen. Op grond hiervan was het verzoek om proceskostenveroordeling kennelijk gegrond.
De rechtbank legde het UWV op om aan verzoekster een vergoeding van €467,- te betalen, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht met een factor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV ook het griffierecht van €53,- aan verzoekster moet vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.E.C. Debets op 14 januari 2026. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €467,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €53,- aan verzoekster.