De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 9 augustus 2022 veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens poging tot doodslag, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en opgelegd met een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (GVM) ex artikel 38z Sr. De einddatum van de detentie is 21 februari 2026.
Het openbaar ministerie heeft op 16 december 2025 een vordering tot tenuitvoerlegging van de GVM-maatregel ingediend, gebaseerd op een reclasseringsrapport van 24 november 2025. De rechtbank heeft de vordering behandeld op zittingen van 13 januari en 16 februari 2026, waarbij deskundigen en partijen zijn gehoord.
De reclassering adviseert tenuitvoerlegging vanwege een hoog recidiverisico, onder meer door ADHD, PTSS, zwakbegaafdheid, verslavingsproblematiek en agressief gedrag. De veroordeelde verblijft niet in een forensische woonsetting en heeft ondersteuning nodig bij re-integratie. De verdediging betwist de noodzaak van de maatregel, stellende dat de veroordeelde meewerkt aan behandeling en begeleid wonen.
De rechtbank oordeelt dat het recidiverisico ernstig is en dat de maatregel noodzakelijk is ter bescherming van de algemene veiligheid. De GVM-maatregel wordt gelast voor twee jaar met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen, bewindvoering en een uitreisverbod. Bij overtreding geldt vervangende hechtenis van maximaal twee weken per overtreding, met een maximum van zes maanden.
De veroordeelde moet medewerking verlenen aan identificatie, reclasseringstoezicht en behandeling. De maatregel vangt aan op de dag van de uitspraak, 16 februari 2026.