Verzoeker bevond zich in een problematische schuldensituatie en vroeg toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een eerdere ingangsdatum. De rechtbank oordeelde dat verzoeker ontvankelijk was omdat het niet mogelijk was binnen afzienbare termijn een buitengerechtelijke schuldregeling te treffen, mede door ontbrekende belastingaangiftes.
Hoewel de schulden bij de Belastingdienst en CJIB-boetes niet te goeder trouw waren ontstaan, werd verzoeker toch toegelaten op grond van de hardheidsclausule. Verzoeker had zijn omstandigheden verbeterd door te stoppen met zijn zzp-activiteiten, openstaande aangiftes te doen en geen auto meer te bezitten, waardoor nieuwe boetes werden voorkomen.
De rechtbank stelde de looptijd van de WSNP vast op achttien maanden en bepaalde de ingangsdatum op 1 juli 2025, omdat verzoeker vanaf die datum aan zijn aflossingsverplichtingen had voldaan en voldeed aan de inspanningsverplichting. Een bewindvoerder en rechter-commissaris werden benoemd om toezicht te houden op de naleving van de verplichtingen tijdens de regeling.
De regeling eindigt met een schone lei indien verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.