Verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie, mede veroorzaakt door schulden die haar ex-partner op haar naam heeft gemaakt. De rechtbank oordeelt dat verzoekster ontvankelijk is omdat het niet mogelijk is binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen.
Hoewel de CJIB-boetes niet te goeder trouw zijn ontstaan, past de rechtbank de hardheidsclausule toe omdat verzoekster de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen, de relatie met haar ex-partner is beëindigd en zij geen nieuwe schulden maakt. De rechtbank vertrouwt erop dat verzoekster zich aan de verplichtingen van de WSNP zal houden.
De rechtbank stelt de looptijd van de WSNP vast op 18 maanden met ingang van 11 februari 2026. Er wordt een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel. Bij succesvolle afronding van het traject krijgt verzoekster een schone lei, waardoor schuldeisers haar niet meer kunnen aanspreken op de betreffende schulden.