Verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Tijdens de zitting op 28 januari 2026 zijn diverse betrokkenen gehoord, waaronder een schuldhulpverlener, beschermingsbewindvoerder en budgetcoach.
De rechtbank beoordeelt dat sommige schulden binnen de driejaarstermijn niet te goeder trouw zijn ontstaan, waaronder terugvorderingen van ten onrechte verstrekte bijstand, CJIB-boetes en een vordering uit een strafrechtelijke veroordeling. Verzoekster verklaarde dat schulden vooral in haar jeugd zijn ontstaan en dat eerdere hulpverlening niet effectief was. De strafrechtelijke veroordeling betreft een geldboete wegens het als katvanger gebruiken bij het pinnen van geld van een ander.
Ondanks deze omstandigheden besluit de rechtbank verzoekster toch toe te laten tot de WSNP op grond van de hardheidsclausule, omdat zij de situatie onder controle heeft gekregen, onder beschermingsbewind staat sinds september 2025, geen nieuwe schulden heeft gemaakt en een budgetcoach heeft. De rechtbank stelt vertrouwen in haar nakoming van de WSNP-verplichtingen, hoewel zij een inspanningsverplichting heeft van 36 uur per week werken, wat niet volledig verenigbaar is met haar huidige opleiding.
De rechtbank stelt de looptijd van de WSNP vast op 18 maanden met ingang van 11 februari 2026 en benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris. De bewindvoerder krijgt de taak om de verplichtingen te controleren en de boedel te beheren. De regeling eindigt met een schone lei indien verzoekster aan alle verplichtingen voldoet.