ECLI:NL:RBROT:2026:3038

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
FT RK 25/2000
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.Y. Hu
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 onder c FwArt. 295 FwArt. 296 FwArt. 310 FwArt. 316 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks problematische schulden en strafrechtelijke veroordeling

Verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Tijdens de zitting op 28 januari 2026 zijn diverse betrokkenen gehoord, waaronder een schuldhulpverlener, beschermingsbewindvoerder en budgetcoach.

De rechtbank beoordeelt dat sommige schulden binnen de driejaarstermijn niet te goeder trouw zijn ontstaan, waaronder terugvorderingen van ten onrechte verstrekte bijstand, CJIB-boetes en een vordering uit een strafrechtelijke veroordeling. Verzoekster verklaarde dat schulden vooral in haar jeugd zijn ontstaan en dat eerdere hulpverlening niet effectief was. De strafrechtelijke veroordeling betreft een geldboete wegens het als katvanger gebruiken bij het pinnen van geld van een ander.

Ondanks deze omstandigheden besluit de rechtbank verzoekster toch toe te laten tot de WSNP op grond van de hardheidsclausule, omdat zij de situatie onder controle heeft gekregen, onder beschermingsbewind staat sinds september 2025, geen nieuwe schulden heeft gemaakt en een budgetcoach heeft. De rechtbank stelt vertrouwen in haar nakoming van de WSNP-verplichtingen, hoewel zij een inspanningsverplichting heeft van 36 uur per week werken, wat niet volledig verenigbaar is met haar huidige opleiding.

De rechtbank stelt de looptijd van de WSNP vast op 18 maanden met ingang van 11 februari 2026 en benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris. De bewindvoerder krijgt de taak om de verplichtingen te controleren en de boedel te beheren. De regeling eindigt met een schone lei indien verzoekster aan alle verplichtingen voldoet.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de WSNP met een looptijd van 18 maanden vanaf 11 februari 2026, ondanks problematische schulden en een strafrechtelijke veroordeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
11 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 28 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster],
- de heer M. Koeleman, schuldhulpverlener van Sociale Zaken IJsselgemeenten,
- mevrouw C.L. Rosalia, beschermingsbewindvoerder van My Financial Concern,
- mevrouw H.M. Vink, budgetcoach.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat diverse schulden die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. [verzoekster] heeft terugvorderingen gekregen van Sociale Zaken IJsselgemeenten voor ten onrechte verstrekte bijstand en een leenbijstand. Daarnaast zijn er CJIB-boetes en overbestedingsschulden. CJIB-boetes zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstane schulden. [verzoekster] heeft ter zitting verklaard dat er veel schulden zijn ontstaan toen zij nog jong was. Zij is vroeg zelfstandig gaan wonen en heeft zich toen niet om haar schulden bekommerd. Er zijn verschillende hulpverlenende instanties bij haar betrokken geweest, maar daar heeft ze niks aan gehad. Ze is van het kastje naar de muur gestuurd en de deurwaarders bleven komen.
De rechtbank stelt tevens vast dat tot de schuldenlast van [verzoekster] een vordering behoort die voortvloeit uit een strafrechtelijke veroordeling. [verzoekster] is bij strafrechtelijk vonnis van 18 februari 2025 veroordeeld tot betaling van een geldboete. Deze vordering valt binnen de vijf-jaarstermijn van artikel 288 lid 2 onder Pro c Fw. Volgens [verzoekster] heeft de strafrechtelijke veroordeling te maken met het pinnen van geld van de rekening van een ander. Ze is daarvoor als katvanger gebruikt door een bekende van haar en ze wist niet van wie dat geld was. Ze was impulsief en heeft er spijt van.
Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoekster] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schulden, onder controle heeft gekregen. [verzoekster] heeft een budgetcoach en staat sinds 23 september 2025 onder beschermingsbewind. Hoewel eerdere hulpverlening niet succesvol is gebleken, is dat nu anders en is er goed contact tussen [verzoekster] en de beschermingsbewindvoerder. Er zijn na 23 september 2025 ook geen nieuwe schulden meer ontstaan. De vaste lasten van [verzoekster] worden door de beschermingsbewindvoerder betaald. De strafrechtelijke veroordeling kan worden gezien als een eenmalig incident, waar [verzoekster] oprecht spijt van heeft betuigd.
2.4.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat [verzoekster] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. Wel wordt daarbij benadrukt dat [verzoekster] na toelating tot Wsnp een inspanningsverplichting heeft. In dat kader geldt als uitgangspunt dat zij 36 uur per week dient te werken. Ter zitting is opgemerkt dat [verzoekster] momenteel een opleiding Social Work volgt. Het volgen van een opleiding gaat in beginsel niet samen met de Wsnp-regeling. Daarmee wordt niet voldaan aan de inspanningsverplichting.
2.5.
[verzoekster] wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1998 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 11 februari 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 11 augustus 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. W.Y. Hu, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026. [1]