Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- Centraal Beheer Achmea (hierna: Centraal Beheer Achmea);
- Engie Energie Nederland N.V., in behandeling bij LAVG Gerechtsdeurwaarders (hierna: Engie Energie);
- Herbel B.V., in behandeling bij Velthoven de Koning Gerechtsdeurwaarders B.V. (hierna: Herbel);
- verzoekster;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer [persoon B] , werkzaam bij Velthoven de Koning Gerechtsdeurwaarders B.V., namens Herbel.
2.Het verzoek
30 januari 2025 tot en met 29 januari 2026 overgelegd. Ook heeft zij een ontheffing van de sollicitatieverplichting vanuit de Gemeente Rotterdam overgelegd over de periode
23 februari 2026 tot en met 23 augustus 2026. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij niet verwacht dat de afloscapaciteit van verzoekster binnen afzienbare tijd zal toenemen. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan.
3.Het verweer
4.De beoordeling
30 januari 2025 tot en met 29 januari 2026 overgelegd. Ook heeft zij een ontheffing van de sollicitatieverplichting vanuit de Gemeente Rotterdam overgelegd over de periode
23 februari 2026 tot en met 23 augustus 2026. Voorts is ter onderbouwing van het verzoek een vtlb-berekening aangeleverd, waaruit blijkt dat verzoekster onder de huidige omstandigheden geen afloscapaciteit heeft. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat verzoekster in de komende jaren geen afloscapaciteit zal verkrijgen. Daarnaast is niet gebleken dat verzoekster over vermogensbestanddelen beschikt die waarde zouden kunnen opleveren voor de schuldeisers.