Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit waarbij zij een WGA-uitkering is toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,45%. Zij stelt dat zij meer beperkingen heeft en in een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse moet worden ingedeeld. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht is uitgegaan van het arbeidsongeschiktheidspercentage zoals vastgesteld door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op basis van de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank stelt vast dat het UWV de medische situatie van eiseres zorgvuldig heeft laten beoordelen door een eerste verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die beiden tot dezelfde FML-beperkingen zijn gekomen. Eiseres heeft onvoldoende objectief medisch bewijs aangeleverd om deze beoordeling te weerleggen. Ook de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat de geselecteerde functies binnen de beperkingen van eiseres passen.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 23 september 2024 niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van belang, en het beroep tegen het bestreden besluit van 26 augustus 2025 ongegrond. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten voor het ingediende beroepschrift, maar niet voor de zitting. De uitspraak bevestigt dat de beperkingen van eiseres objectief medisch zijn vastgesteld en dat het UWV terecht de WGA-uitkering heeft toegekend.