Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3048

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
ROT 24/9812
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.P. Heijne
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 4 Wet WIAArt. 5 Wet WIAArt. 6 Wet WIAArt. 47 Wet WIA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen vaststelling gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en toekenning WGA-uitkering

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit waarin haar arbeidsongeschiktheidspercentage op 39,45% is vastgesteld en een WGA-uitkering is toegekend. Zij stelt dat zij meer beperkingen heeft dan vastgesteld en in een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse moet worden ingedeeld.

De rechtbank beoordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld door de verzekeringsarts en bevestigd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De medische rapporten zijn zorgvuldig tot stand gekomen, bevatten geen tegenstrijdigheden en zijn voldoende onderbouwd. Eiseres heeft geen objectief medisch bewijs geleverd dat haar beperkingen verder gaan dan vastgesteld.

Ook de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat de geselecteerde functies binnen de beperkingen van eiseres passen. Eiseres heeft dit niet met objectief bewijs kunnen weerleggen. Het beroep tegen het bestreden besluit II wordt daarom ongegrond verklaard.

Het beroep tegen het bestreden besluit I wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, maar omdat het beroep heeft geleid tot het bestreden besluit II, wordt het griffierecht en proceskostenvergoeding voor het ingediende beroepschrift aan eiseres toegekend. Er worden geen proceskosten voor de zitting toegekend omdat het bestreden besluit I ruim voor de zitting is ingetrokken.

Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit tot toekenning van een WGA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het UWV moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/9812

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit Rotterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. M. Gümüs),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(gemachtigden: [naam 1] en [naam 2]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een WIA-uitkering aan eiseres. Het UWV heeft vastgesteld dat eiseres gedeeltelijk arbeidsongeschikt is (39,45%) en heeft op die grond een WGA-uitkering gekregen. Eiseres is het niet eens met die vaststelling en stelt dat zij meer beperkt is en in een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse moet worden ingedeeld. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank oordeelt dat het UWV heeft kunnen uitgaan van het arbeidsongeschiktheidspercentage zoals de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vastgesteld op grond van de functionele mogelijkhedenlijst. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 24 mei 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 23 september 2024 (bestreden besluit I) is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit.
2.1.
Met het bestreden besluit van 26 augustus 2025 (bestreden besluit II) is het bestreden besluit I ingetrokken en is aan eiseres alsnog een WGA-uitkering toegekend.
2.2.
Eiseres heeft het beroep gehandhaafd. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres (via videoverbinding) en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is een vrouw van 41 jaar. Zij heeft tot de ziekmelding gewerkt als pedagogisch medewerker bij een kinderdagverblijf voor 35,86 uur per week. Op de datum in geding werkte eiseres nog 12 uur per week als pedagogisch medewerker bij een buitenschoolse opvang. Op 4 juni 2022 heeft eiseres een uitkering aangevraagd onder de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
3.1.
Aanvankelijk heeft het UWV met het bestreden besluit I de aanvraag afgewezen omdat eiseres meer dan 65% kon verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Hangende de beroepsprocedure is het bestreden besluit I ingetrokken en heeft het UWV het bestreden besluit II genomen. Op grond van het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 17 juli 2025 naar aanleiding van een herbeoordeling van de geselecteerde functies en het maatmanloon, heeft het UWV in het bestreden besluit II vastgesteld dat eiseres 39,45% arbeidsongeschikt is. Het UWV heeft vervolgens een loongerelateerde WGA-uitkering [1] toegekend per 12 december 2022 (datum in geding).
3.2.
Eiseres heeft het beroep en de eerder ingediende gronden gehandhaafd.
Toetsingskader
4. Een verzekerde heeft recht op een WIA-uitkering als hij de wachttijd heeft doorlopen, hij volledig en duurzaam of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en op hem geen uitsluitingsgrond van toepassing is. [2] Een verzekerde is volledig en duurzaam ongeschikt als hij door ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het loon dat hij verdiende voor hij ziek werd. [3] Een verzekerde is gedeeltelijk arbeidsongeschikt als hij ten hoogste 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voor hij ziek werd. [4] Indien een verzekerde meer kan verdienen dan 65% van het laatst verdiende loon heeft de verzekerde geen recht op een WIA-uitkering. De beoordeling of iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt of gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek. [5]
4.1.
Het wettelijk kader van deze uitspraak is opgenomen in de bijlage.
Beslissing op bezwaar van 23 september 2024
5. Met het bestreden besluit II heeft het UWV alsnog een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Het bestreden besluit II komt echter niet volledig tegemoet aan het beroep van eiseres zodat haar beroep ook gericht is tegen het bestreden besluit II. [6] Omdat het UWV het bestreden besluit I volledig heeft ingetrokken en vervangen, heeft eiseres geen belang meer bij een beoordeling van haar beroep tegen het bestreden besluit I. De rechtbank verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk.
5.1.
De rechtbank zal beoordelen of het UWV in het bestreden besluit II heeft kunnen uitgaan van het arbeidsongeschiktheidspercentage zoals de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat in het rapport van 17 juli 2025 heeft vastgesteld aan de hand van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 4 september 2024.
Heeft het UWV de beperkingen van eiseres juist vastgesteld?
6. Eiseres vindt dat de eerste verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar medische situatie hebben onderschat. Eiseres stelt dat zij zowel fysiek als psychisch meer beperkt is dan in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 11 december 2022 is opgenomen. Eiseres geeft aan dat zij forse herniaklachten heeft die uitstralen naar haar heupen, benen en schouders. Door slijtage in haar rug ondervindt eiseres ook problemen bij het ophouden van haar ontlasting. Ook geeft eiseres aan dat zij last heeft woede-, paniek- en angstaanvallen en dat zij kampt met stemmingsklachten en wantrouwen. Daarbij geeft eiseres aan dat zij haar psychische klachten lang heeft onderdrukt en pas later duidelijk is geworden welk effect dat heeft gehad en dat zij behandeling nodig heeft.
6.1.
In het bestreden besluit heeft het UWV verwezen naar de beoordeling van de medische situatie door de eerste verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Aan de hand van het medische dossier, een lichamelijk en psychisch onderzoek en het klachtverhaal van eiseres, heeft de eerste verzekeringsarts aan de hand van zijn rapport van 14 mei 2023 een FML (geldig vanaf 11 december 2022) opgesteld waarin de beperkingen van eiseres zijn opgenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep houdt in zijn rapport van 4 september 2024 vast aan de eerste FML. Ten aanzien van de bezwaren van eiseres – zoals omschreven onder 6 – geeft de verzekeringsarts aan dat er sprake is van beperkte fysieke belastbaarheid door de chronische lage rugklachten, maar de aangetoonde hernia leidt niet tot specifieke neurologische uitval. De klachten staan ook niet aan een normaal patroon van bewegen en belasten in de weg. In de FML is hiermee rekening gehouden zodat de klachten niet worden uitgelokt of verergerd. Ten aanzien van de psychische klachten erkent de verzekeringsarts dat deze ook al aanwezig konden zijn op de datum in geding. Maar door het gebrek aan uitgesproken tekenen van angst of depressiviteit, het feit dat eiseres in ieder geval op de datum in geding kon werken en de zorg droeg voor haar dochter en uit nadere medische gegevens niet blijkt dat de klachten op datum in geding ernstiger waren dan vastgesteld, ziet de verzekeringsarts geen aanleiding om meer beperkingen op te nemen dan al in de FML zijn opgenomen.
6.2.
De rechtbank overweegt dat het UWV de besluitvorming heeft gebaseerd op rapporten van (verzekerings)artsen en arbeidsdeskundigen. Het UWV mag besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid baseren op die rapporten als die rapporten:
  • op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
  • geen tegenstrijdigheden bevatten; en
  • voldoende begrijpelijk zijn.
Als iemand vindt dat de besluiten van het UWV over zijn arbeidsongeschiktheid niet juist zijn, moet hij aanvoeren (en zo nodig aannemelijk maken) dat de rapporten niet aan deze voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Om aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in principe informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk.
6.3.
De rechtbank stelt vast dat niet ter discussie staat dat eiseres kampt met fysieke en psychische klachten. Als gevolg daarvan heeft de eerste verzekeringsarts beperkingen opgenomen in de FML op grond waarvan (uiteindelijk) een WGA-uitkering is toegekend aan eiseres. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigt in zijn rapport van 4 september 2024 de juistheid van de medische beoordeling. De rechtbank vindt dat de rapporten van de eerste verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoen aan de onder overweging 6.2 genoemde voorwaarden. De eerste verzekeringsarts heeft eiseres op 11 mei 2023 gezien en haar lichamelijk en psychisch onderzocht. Ook heeft er een gesprek over de gezondheid en het functioneren van eiseres plaatsgevonden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het dossier bestudeerd, heeft eiseres gezien bij de hoorzitting van 8 augustus 2024. Ook heeft hij de in bezwaar overlegde medische informatie betrokken. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een volledig beeld heeft gehad van de medische situatie van eiseres.
6.4.
De rechtbank begrijpt dat eiseres meer beperkingen ervaart, maar uit vaste rechtspraak volgt dat het bij de beoordeling gaat om de beperkingen die objectief medisch kunnen worden onderbouwd. [7] De klachten die iemand ervaart of een gestelde diagnose is niet beslissend bij de beoordeling. Omdat eiseres niet met nieuwe (objectiveerbare) medische gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een onjuist beeld had van haar gezondheidstoestand op de datum in geding, twijfelt de rechtbank niet aan de juistheid van de bevindingen van de verzekeringsarts. Voor zover eiseres heeft verwezen naar de behandelingen voor haar psychische klachten, zijn ook daarvan geen behandelverslagen beschikbaar. Dit betekent dat de rechtbank ervan uitgaat dat het UWV de beperkingen van eiseres correct heeft vastgesteld en dat de beperkingen in de FML juist zijn.
6.5.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Kan eiseres de geselecteerde functies verrichten?
7. Eiseres stelt verder dat zij de geselecteerde functies niet kan verrichten. Zij geeft aan dat de functies onvoldoende vertredingsmogelijkheden hebben en daardoor in elke functie sprake is van een overschrijding van de bij FML vastgestelde beperkingen.. In meer algemene zin stelt eiseres dat als meer beperkingen worden aangenomen in de FML de arbeidsdeskundige opnieuw zal moeten beoordelen of eiseres de functies kan verrichten.
7.1.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat, nadat één functie in bezwaar is verworpen, in ieder geval de functies schadecorrespondent (SBC‑code 516080), administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en telefonist (centrale), medewerker callcenter inbound (SBC-code 315174) geschikt zijn voor eiseres. Anders dan eiseres stelt, overschrijden de werkzaamheden die horen bij deze functies, de belastbaarheid van eiseres in de FML niet.
7.2.
De rechtbank overweegt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het kader van het bestreden besluit heeft kunnen vaststellen dat de geselecteerde functies de beperkingen van eiseres niet overschrijden. Zoals de rechtbank in overweging 6.2 heeft aangegeven, mag van de juistheid van de bevindingen van de arbeidsdeskundige worden uitgegaan, tenzij daarover op objectieve gronden twijfel bestaat. Eiseres heeft niet met objectief bewijs aangetoond dat de geselecteerde functies de beperkingen uit de FML, zoals vastgesteld door de eerste verzekeringsarts, overschrijden. Het UWV is daarom terecht uitgegaan van het arbeidsongeschiktheidspercentage zoals dat door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het bestreden besluit II is vastgesteld.
7.3.
Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep tegen het bestreden besluit II is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit II in stand blijft. Eiseres krijgt dus geen gelijk.
8.1.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het bestreden besluit I, weliswaar niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van procesbelang bij het behandelen van het beroep tegen dat besluit, maar het beroep wel terecht is ingesteld, omdat het beroep heeft geleid tot het bestreden besluit II waarmee alsnog een WGA-uitkering is toegekend.
8.2.
Omdat het beroep tegen het bestreden besluit I terecht is ingesteld, moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend tegen het bestreden besluit I. Er worden geen proceskosten vergoed voor de zitting. Hoewel uit vaste rechtspraak [8] volgt dat het beroep in beginsel ondeelbaar is en de zitting daarom ook ziet op het bestreden besluit I, is het bestreden besluit I ruim voor de zitting ingetrokken en vervangen door het bestreden besluit II. Tijdens de zitting is het bestreden besluit I ook niet inhoudelijk besproken. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding om proceskosten voor de zitting toe te kennen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 23 september 2024 niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2025 ongegrond;
  • bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Heijne, rechter, in aanwezigheid van E.J. van den Doel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar 25 maart 2026.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: het wettelijk kader van deze uitspraak

Wet WIA
Artikel 4 Definitie Pro volledig en duurzaam arbeidsongeschikt
1. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Artikel 5 Definitie Pro gedeeltelijk arbeidsgeschikt
Gedeeltelijk arbeidsgeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
Artikel 6 Nadere Pro bepalingen definitie volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en definitie gedeeltelijk arbeidsgeschikt
9. De beoordeling of iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt of gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek.
(…)
3. Onder arbeid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en 5 wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.
(…)
Artikel 47 Ontstaan Pro van het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering
1. Recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontstaat voor de verzekerde die ziek wordt indien:
a. hij de wachttijd heeft doorlopen;
b. hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is; en
c. er op hem geen uitsluitingsgrond van toepassing is.
(…)
Artikel 54 Ontstaan Pro van het recht op een WGA-uitkering
1. Recht op een WGA-uitkering ontstaat voor de verzekerde die ziek wordt indien:
a. hij de wachttijd heeft doorlopen;
b. hij gedeeltelijk arbeidsgeschikt is; en
c. er op hem geen uitsluitingsgrond van toepassing is.

Voetnoten

1.Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsongeschiktheid.
2.Dit volgt uit artikel 47 (volledig en duurzaam arbeidsongeschikt) en artikel 54 (gedeeltelijk arbeidsongeschikt) van de Wet WIA.
3.Dit volgt uit artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA.
4.Dit volgt uit artikel 5 van Pro de Wet WIA.
5.Dit volgt uit artikel 6 van Pro de Wet WIA.
6.Dit kan op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
7.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 juli 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1654), onder 4.4.
8.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 2 juli 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1318).