ECLI:NL:RBROT:2026:3097

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
FT RK / 25-2105
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 316 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank beoordeelt dat zij niet te goeder trouw was met betrekking tot een deel van de schuld aan Thelxinoe C.V., omdat zij het appartement niet deugdelijk heeft opgeleverd, waardoor herstel- en ontruimingskosten zijn ontstaan.

Desondanks past de rechtbank de hardheidsclausule toe vanwege bijzondere omstandigheden: verzoekster werd verlaten door haar ex-partner en voelde zich niet verantwoordelijk voor het leeghalen van het appartement, omdat de inboedel van haar ex-echtgenoot was. Er is vertrouwen dat verzoekster zich aan de verplichtingen van de Wsnp zal houden.

De rechtbank stelt de looptijd van de regeling vast op achttien maanden met ingang van 19 februari 2026 en benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris. Er wordt geen eerdere ingangsdatum vastgesteld omdat niet is voldaan aan de vereiste verplichtingen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject.

Tijdens de Wsnp moet verzoekster voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. De bewindvoerder beheert de boedel en controleert de naleving van de verplichtingen. Bij succesvolle afronding eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers niet langer kunnen verhalen op verzoekster.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing van de hardheidsclausule voor een periode van achttien maanden vanaf 19 februari 2026.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
19 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[postcode] Brielle.
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster],
- mevrouw C. Sneepels, schuldhulpverlener.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
Een deel van de schuld aan Thelxinoe C.V. die binnen de drie-jaarstermijn valt, is niet te goeder trouw ontstaan. [verzoekster] huurde samen met haar ex-partner een appartement van Thelxinoe C.V. De huurovereenkomst tussen Thelxinoe, [verzoekster] en haar ex-partner werd bij vonnis van 20 maart 2024 ontbonden en ontruiming van het gehuurde werd toegewezen. [verzoekster] heeft op 8 maart 2024 de sleutel van het appartement bij Thelxinoe ingeleverd en het appartement verlaten. Bij het verlaten van het appartement heeft [verzoekster] echter alle inboedel laten staan waardoor Thelxinoe C.V. herstel- en ontruimingskosten heeft moeten maken. Het had op de weg gelegen van [verzoekster] om het appartement deugdelijk op te leveren. De schuld aan Thelxinoe C.V., voor zover het ziet op de herstel- en ontruimingskosten van het appartement, staat in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoekster] tijdens het ontstaan van de schuld in bijzondere omstandigheden verkeerde. De ex-partner van [verzoekster] had haar ineens verlaten waardoor [verzoekster] alleen met de schulden achterbleef en niet wist hoe zij hier mee om moest gaan. Bovendien bestond de inboedel uit meubels en spullen van de ex-echtgenoot van [verzoekster]. Zij voelde zich daarom niet de aangewezen persoon om het appartement leeg te halen. Inmiddels heeft [verzoekster] hulp gevonden en bestaat niet de verwachting dat zo’n dergelijke situatie [verzoekster] nogmaals zal overkomen.
2.4.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat [verzoekster] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.5.
[verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) vast op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
[verzoekster] heeft niet verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1969 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 19 februari 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 19 augustus 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026. [1]