Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
23 februari 2026
Rechtbank Rotterdam
De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) met een verzoek om een eerdere ingangsdatum. De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek op 12 februari 2026 en ontving aanvullende stukken van de beschermingsbewindvoerder.
De rechtbank oordeelt dat de heer verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek, ondanks het ontbreken van een minnelijk traject, omdat het niet mogelijk was om binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. De schulden aan het CJIB zijn niet te goeder trouw ontstaan, maar toepassing van de hardheidsclausule leidt tot toelating. De heer verzoeker heeft zijn verslaving onder controle, is volledig arbeidsongeschikt en heeft een stabiele woonsituatie.
De rechtbank stelt de Wsnp-termijn vast op 18 maanden en bepaalt de ingangsdatum op 23 december 2025, twee maanden eerder dan het vonnis, omdat de heer verzoeker door beslaglegging op zijn inkomen niet kon afdragen volgens het vtlb. De bewindvoerder wordt belast met controle op de naleving van de verplichtingen en beheer van de boedel. De rechtbank benoemt tevens een rechter-commissaris voor toezicht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de Wsnp toe en stelt de ingangsdatum vast op 23 december 2025 met een looptijd van 18 maanden.