Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlage van de man, ingekomen op 19 november 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen op 13 februari 2026;
- het bericht met bijlagen van de man van 20 en 24 februari 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 23 februari 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- primair: de minderjarigen verblijven de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw, met als wisselmoment zondag om 17.00 uur waarbij de ouder bij wie de zorgweek begint de minderjarigen ophaalt;
- subsidiair: de minderjarigen verblijven de ene week van woensdag uit school tot vrijdagochtend naar de school en in de andere week van donderdag uit school tot maandagochtend naar school bij de man;
- de schoolvakanties en feestdagen worden bij helfte tussen partijen verdeeld, waarbij de minderjarigen in de even jaren de eerst helft van de vakanties en feestdagen bij de man verblijven en de tweede helft bij de vrouw. In de oneven jaren zal dit andersom zijn.
4.De beslissing
voorlopigals volgt zal zijn:
- de minderjarigen verblijven de ene week van woensdag uit school tot vrijdagochtend naar de school en in de andere week van donderdag uit school tot maandagochtend naar school bij de man;
- voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de vrouw, in de oneven jaren bij de man;
- herfstvakantie: in de even jaren bij de man, in de oneven jaren bij de vrouw;
- vakanties van twee weken of langer: in de even jaren de eerste helft bij de man en de tweede helft bij de vrouw. In de oneven jaren is dit andersom;
in de bodemprocedure bekend onder zaak- en rekestnummer C/10/706529 / FA RK 25-6910en daarbij tevens gemotiveerd aan te geven op welke manier volgens partijen moet worden voort geprocedeerd;