De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend voor een machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij hun vader zonder gezag, voor de duur van drie maanden. De kinderen wonen sinds januari 2026 bij hun vader, nadat het ouderlijk gezag van de vader was beëindigd en de kinderen onder voogdij van de tante waren gesteld. De tante kon de zorg niet langer dragen, waardoor dringende opvang nodig was.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de vader, de tante, een vertegenwoordiger van de Raad en een jeugdbeschermer aanwezig. De kinderen zijn gehoord en gaven aan graag bij hun vader te willen wonen. De vader staat open voor hulpverlening en werkt aan een stabiele opvoedsituatie met ondersteuning van een schuldhulpmaatje en familie.
De kinderrechter acht een uithuisplaatsing bij de vader zonder gezag de meest passende optie, omdat plaatsing elders zou leiden tot scheiding van de kinderen. De GI zal de opvoedsituatie monitoren en hulpverlening inzetten. De machtiging wordt verleend tot 18 mei 2026 en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep.