Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3223

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
C/10/713970 / JE RK 26-158
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige wegens complexe scheidingsproblematiek ouders

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt een ondertoezichtstelling van een minderjarige die opgroeit in een complexe scheidingssituatie waarbij de ouders niet in staat zijn het gezamenlijk ouderschap op een constructieve wijze vorm te geven. De moeder werkt niet mee aan hulpverlening, wat de situatie bemoeilijkt, en de minderjarige vertoont signalen van loyaliteitsproblematiek. De vader ondersteunt het verzoek en benadrukt de noodzaak van gedwongen hulpverlening.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) adviseert tegen de ondertoezichtstelling en pleit voor de aanstelling van een bijzondere curator, omdat zij meent dat een jeugdbeschermer de situatie niet zal verbeteren en de strijd tussen ouders kan verergeren. De kinderrechter oordeelt echter dat de GI wel bevoegd is om dwingende maatregelen te nemen en dat een jeugdbeschermer noodzakelijk is om de situatie te monitoren en passende hulpverlening in te schakelen.

De kinderrechter wijst het verzoek toe en stelt de minderjarige onder toezicht voor de duur van één jaar, mede vanwege de langdurige en complexe problematiek en het feit dat er nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor de duur van één jaar onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door complexe scheidingsproblematiek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713970 / JE RK 26-158
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Ramsaroep, kantoorhoudende te Den Haag,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 28 januari 2026, bij de rechtbank binnengekomen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont van zondagochtend 10 uur tot woensdag bij de vader en vanaf woensdag tot zondagochtend 10 uur bij de moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] groeit op binnen een complexe scheidingssituatie, waardoor zij in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Hoewel de ouders al ruim drie jaar uit elkaar zijn, lukt het hun tot op heden niet om hun gezamenlijk ouderschap vorm te geven op een manier die in het belang is van [voornaam minderjarige] . De problematiek tussen de ouders overstijgt het vrijwillig kader en op dit moment stagneert de hulpverlening. De moeder werkt niet mee met de hulpverlening, waardoor er geen zicht is op de situatie bij de moeder. Dit is zorgelijk. Daarnaast heeft [voornaam minderjarige] zelf ook zorgelijke uitspraken gedaan op de peuterspeelzaal over de thuissituatie en het niet meer lief vinden van papa of mama. Er zijn signalen van loyaliteitsproblematiek. Gelet op de zorgen die er over [voornaam minderjarige] zijn en de complexe problematiek tussen de ouders, is een ondertoezichtstelling noodzakelijk voor de duur van een jaar. De betrokkenheid van een bijzondere curator acht de Raad niet in het belang van [voornaam minderjarige] , omdat het juist de taak van de GI is om de situatie van [voornaam minderjarige] te monitoren en hulpverlening in te zetten in haar belang. Het ligt vervolgens aan de vaardigheden en competenties van de betrokken jeugdbeschermer om adequaat met de scheidingsproblematiek in het gezin om te gaan. Een bijzondere curator kan deze taak niet van de jeugdbeschermer overnemen.
4.2.
Door en namens de moeder wordt het volgende naar voren gebracht. Er zijn al veel verschillende hulpverleners betrokken geweest bij het gezin en de moeder voelt zich niet gehoord. Om die reden heeft zij besloten niet meer mee te werken met de hulpverlening. Tegelijkertijd erkent zij ook dat er communicatieproblemen zijn tussen de moeder en de vader en dat dit niet in het belang is van [voornaam minderjarige] . Zo verlopen de overgangsmomenten niet goed en zijn er veel escalaties waar [voornaam minderjarige] bij betrokken raakt. [voornaam minderjarige] heeft hier last van. Een ondertoezichtstelling is kennelijk nodig om de problemen tussen de ouders op te lossen. Een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar is echter te lang. Een termijn van zes maanden zou voldoende moeten zijn. De moeder heeft goede hoop dat het contact tussen de moeder en de vader binnen deze zes maanden kan worden hersteld. Er zijn al veel rechtszaken geweest. Zo heeft de moeder zelfs een kort geding aan moeten spannen om [voornaam minderjarige] te kunnen zien. De moeder wil niet dat er een bijzondere curator wordt betrokken bij [voornaam minderjarige] , omdat dit mogelijk weer leidt tot extra juridische procedures.
4.3.
De vader stemt in met het verzoek van de Raad. De vader heeft in het verleden al eerder om een ondertoezichtstelling verzocht, omdat [voornaam minderjarige] niet de dupe mag worden van de problemen tussen de ouders. Eerder hebben de moeder en de vader hulpverlening ingeschakeld vanuit het vrijwillig kader, maar dat heeft niet tot verbetering van de situatie geleid. Het is nodig dat er een jeugdbeschermer betrokken raakt bij het gezin om te ondersteunen in de communicatie tussen de ouders en een ouderschapsplan uit te werken. De vader maakt zich zorgen om [voornaam minderjarige] en vindt dat [voornaam minderjarige] moet opgroeien in een stressvrije omgeving. Het is dan ook noodzakelijk dat er hulpverlening wordt ingezet vanuit het gedwongen kader, zodat er onder begeleiding van een jeugdbeschermer stappen vooruit worden gezet. Een bijzondere curator kan niets toevoegen op dit moment.
4.4.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad niet. Er is sprake van hardnekkige scheidingsproblematiek tussen de ouders. Er is in het vrijwillig kader al geprobeerd hulpverlening op te starten, maar dit is niet van de grond gekomen. Hieruit blijkt dat de ouders niet de intentie hebben om hun problemen met elkaar op te lossen. De GI heeft veel ervaring met complexe echtscheidingszaken en deze situatie wordt niet opgelost door de betrokkenheid van een jeugdbeschermer. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer zal de strijd tussen de ouders juist verergeren. Bovendien is er ook nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar, dit kan wel een half jaar duren. In plaats van een ondertoezichtstelling moet een bijzondere curator worden aangesteld voor [voornaam minderjarige] die haar belangen behartigd.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [1] [voornaam minderjarige] groeit op binnen een complexe scheidingssituatie. De moeder en de vader zijn inmiddels meer dan drie jaar uit elkaar, maar het lukt hen tot op heden niet om op constructieve wijze met elkaar te communiceren. Beide ouders houden veel van [voornaam minderjarige] en willen het beste voor haar, maar het lukt hen niet om het ouderschap gezamenlijk vorm te geven op een manier die in het belang is van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] laat signalen van een loyaliteitsconflict zien. In de afgelopen jaren zijn verschillende interventies ingezet, zoals parallel solo-ouderschap, Sterk in Regie en Intensieve Hulp. Dit heeft echter niet tot verbetering van de situatie geleid. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is noodzakelijk, zodat passende hulpverlening voor zowel de ouders als [voornaam minderjarige] kan worden ingezet en wordt voorkomen dat haar ontwikkeling verder wordt geschaad.
De GI heeft niet ontkend dat aan de gronden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De GI meent echter dat een ondertoezichtstelling niet de meest geschikte maatregel in het belang van [voornaam minderjarige] is. Daar is de kinderrechter het, net als de Raad, en ouders, niet mee eens. De GI is hiervoor een passende instantie, omdat de GI dwingende maatregelen kan inzetten. Het is niet aan de jeugdbeschermer zelf om de complexe problematiek tussen de ouders op te lossen, maar wel om de situatie van [voornaam minderjarige] te monitoren en passende hulpverlening in te schakelen. De betrokkenheid van een bijzondere curator acht de kinderrechter in dit geval niet van toegevoegde waarde, omdat er al onderzoek is gedaan door de Raad en daaruit is gebleken dat er gronden zijn om de ondertoezichtstelling toe te wijzen. Daarnaast acht de kinderrechter een termijn van een jaar noodzakelijk, nu sprake is van complexe en langdurige problematiek. Bovendien is er nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar, waardoor het enige tijd kan duren voordat het traject wordt opgestart. Het is zeer zorgelijk dat er op zitting door de zittingsvertegenwoordiger wordt aangegeven “dat het wel een half jaar kan duren’. Hoewel het enerzijds informatief is om te weten hoe erg de situatie kennelijk momenteel is bij de GI, is het feit dat er niet op korte termijn een jeugdbeschermer beschikbaar zal zijn geen reden de ondertoezichtstelling niet toe te wijzen. De kinderrechter zal [voornaam minderjarige] daarom onder toezicht stellen voor de duur van één jaar.
5.2.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 27 februari 2026 tot 27 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. H. Mol, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. van der Zeeuw als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.