De rechtbank Rotterdam heeft op 25 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het bewerken, verwerken en verkopen van grote hoeveelheden cocaïne. Verdachte gebruikte een Sky-ID voor communicatie en was actief betrokken bij het versnijden en verhandelen van blokken cocaïne in Rotterdam tussen juni 2020 en maart 2021.
Daarnaast is vastgesteld dat verdachte op 9 september 2025 voorbereidingshandelingen heeft verricht door het voorhanden hebben van voorwerpen zoals een magnetron, potkrik en vacuümmachine, die gebruikt worden bij de verwerking van cocaïne. Op deze voorwerpen zijn sporen van cocaïne aangetroffen, wat voldoende bewijs vormt voor het plegen van voorbereidingshandelingen.
De rechtbank kwalificeerde de feiten als medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet en het voorbereiden van een strafbaar feit. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf houdt rekening met de ernst van de feiten, de rol van verdachte als belangrijke schakel in de drugsketen, en het feit dat hij geen eerdere soortgelijke veroordelingen heeft.
De rechtbank benadrukte de ernstige bedreiging van de volksgezondheid door de handel in harddrugs en het belang van een strenge straf om herhaling te voorkomen. Verdachte nam tijdens het proces geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen. De opgelegde straf is conform de binnen de rechtspraak geldende oriëntatiepunten voor vergelijkbare zaken.