ECLI:NL:RBROT:2026:330

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
11354325 CV EXPL 24-4618
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wanprestatie en betalingsverplichting in medische behandelovereenkomst

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 15 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Kliniek Naaldwijk en een gedaagde, die zelf procedeert. De gedaagde was op 25 januari 2024 bij de kliniek voor een behandeling door een kaakchirurg, waarbij een gebitselement en een cyste zijn verwijderd. Na de behandeling heeft de gedaagde klachten geuit over de uitvoering van de behandeling, maar heeft zij geen formele klachten ingediend bij de kliniek. Kliniek Naaldwijk heeft facturen gestuurd voor een totaalbedrag van € 849,79, waarvan de gedaagde een deel heeft betaald. De kliniek vordert betaling van het resterende bedrag, vermeerderd met incassokosten en rente.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat er een medische behandelovereenkomst bestaat tussen de kliniek en de gedaagde. De rechter heeft de relevante artikelen uit het Burgerlijk Wetboek (BW) besproken, waaronder artikel 7:453 BW, dat de zorgplicht van de kaakchirurg regelt, en artikel 6:89 BW, dat de klachtplicht van de gedaagde behandelt. De rechter concludeert dat de gedaagde niet heeft voldaan aan de klachtplicht, waardoor zij geen beroep kan doen op een eventuele wanprestatie. De kantonrechter heeft de gedaagde veroordeeld tot betaling van het volledige factuurbedrag, inclusief wettelijke rente en incassokosten, en heeft de proceskosten aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11354325 CV EXPL 24-4618
datum uitspraak: 15 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Kliniek Naaldwijk,
vestigingsplaats: Naaldwijk, gemeente Westland,
eiseres,
gemachtigde: MediCas B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Hardinxveld-Giessendam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Kliniek Naaldwijk’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 8 oktober 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de rolbeslissing van deze rechtbank van 14 november 2024;
  • de akte van [gedaagde], met bijlagen;
  • de antwoordakte, tevens akte vermindering van eis, namens Kliniek Naaldwijk.
1.2.
Op 3 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam] namens Kliniek Naaldwijk en [gedaagde].

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] is op 25 januari 2024 bij Kliniek Naaldwijk geweest voor een behandeling. De kaakchirurg heeft die dag een foto gemaakt van haar gebit en een gebitselement en een cyste en/of grote benigne tumor operatief verwijderd. [gedaagde] is op 1 februari 2024 terug geweest voor een herhaalconsult, toen is er opnieuw een foto gemaakt. Kliniek Naaldwijk heeft op 27 januari 2024 en 2 februari 2024 facturen gestuurd voor een totaal bedrag van € 849,79. Kliniek Naaldwijk eist betaling van dit bedrag en € 154,54 aan incassokosten, vermeerderd met rente. [gedaagde] heeft na dagvaarding een totaal bedrag van € 325,- betaald, wat nog in mindering gebracht dient te worden.
2.2.
[gedaagde] erkent bij de kaakchirurg te zijn geweest, maar die heeft de behandeling niet goed uitgevoerd. [gedaagde] heeft nog steeds elke dag last van haar kaak/mond. Als er betaald moet worden, dan wil [gedaagde] dit via een regeling doen.
2.3.
De conclusie luidt dat [gedaagde] beide rekeningen moet betalen en de bijkomende kosten. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Informatieplichten
2.4.
Tussen Kliniek Naaldwijk als zorgverlener en [gedaagde] als consument geldt een medische behandelovereenkomst. In het geval een consument partij is bij een overeenkomst moet de rechter zelf (ambtshalve) die overeenkomst toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. In dit geval hoeft dat echter niet omdat een medische behandelovereenkomst hiervan is uitgezonderd (artikel 6:230h lid 2 sub d Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)).
Tekortkoming?
2.5.
Vast staat dat [gedaagde] is behandeld door de kaakchirurg en daarvoor in beginsel moet betalen. Naar de kantonrechter begrijpt, vindt [gedaagde] dat zij niet het gehele bedrag hoeft te betalen omdat de kaakchirurg zijn werk niet goed heeft gedaan, of dat er een deel van de factuur verrekend moet worden met de schade die zij lijdt. [gedaagde] heeft namelijk op de zitting gesteld dat er tijdens de behandeling iets mis is gegaan met het prikken van de verdovingen zodat het bloed eruit spoot, dat daarna de hechting te strak zat en zij tot op heden last heeft van bloedingen en ontstekingen waarvoor zij van de huisarts medicatie heeft gekregen. Kliniek Naaldwijk heeft, eveneens op de zitting, aangevoerd dat zij voor het eerst tijdens deze procedure heeft gehoord van klachten. Verder betwist zij dat er iets mis is gegaan tijdens de behandeling.
2.6.
Op grond van artikel 7:453 BW moet de kaakchirurg de zorg leveren die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. Als hij dat niet doet, is er, zoals dat juridisch heet, sprake van een tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst, kort gezegd een wanprestatie (zie artikel 6:74 BW). De vraag of er sprake is van een wanprestatie hoeft in deze procedure niet te worden uitgezocht. Artikel 6:89 BW bepaalt namelijk – kort gezegd – dat er geen beroep op een gebrek in de prestatie gedaan kan worden als er niet binnen bekwame tijd nadat het gebrek is ontdekt, is geprotesteerd.
2.7.
[gedaagde] heeft op de zitting verklaard dat zij de dag na de behandeling en tijdens de nazorg op 1 februari 2024 heeft aangegeven dat het niet goed zat in haar mond. Kliniek Naaldwijk heeft hierop gereageerd door aan te voeren dat de situatie op 1 februari 2024 waarschijnlijk niet goed te beoordelen was omdat de hechting toen nog in de mond zat. Daarna heeft zij nooit meer iets gehoord van [gedaagde], aldus Kliniek Naaldwijk. [gedaagde] heeft op haar beurt niet betwist dat zij na 1 februari 2024 niet meer heeft geklaagd bij de kliniek of dat zij terug is geweest om de situatie te laten beoordelen, ook niet bij een andere tandarts. Zij is enkel naar de huisarts gegaan om medicatie te halen. Er is dan ook niet voldaan aan de klachtplicht van artikel 6:89 BW zodat [gedaagde] geen beroep kan doen op een eventuele wanprestatie en de gevolgen daarvan, bijvoorbeeld een (gedeeltelijke) ontbinding of schadevergoeding.
Conclusie
2.8.
[gedaagde] moet beide facturen volledig betalen. Zij heeft over de periode van
31 oktober 2024 tot en met oktober 2025 € 325,- (13 x € 25,-) betaald, dit zal op het totaal verschuldigde in mindering gebracht worden. Voor zover Kliniek Naaldwijk of haar gemachtigde na oktober 2025 nog bedragen heeft ontvangen, moeten deze ook verrekend worden. De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen omdat daarvoor toestemming van Kliniek Naaldwijk nodig is. [gedaagde] kan wel contact met de gemachtigde van Kliniek Naaldwijk opnemen om een betalingsregeling af te spreken.
2.9.
De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat Kliniek Naaldwijk genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Kliniek Naaldwijk heeft een contractuele rente gevorderd op basis van de algemene voorwaarden van Medicas, maar die voorwaarden zijn niet van toepassing op de behandelovereenkomst want daarvoor is onvoldoende gesteld. Dat na de behandeling een informatieformulier wordt meegegeven over wat er gebeurt als de factuur niet op tijd betaald wordt, maakt dit oordeel niet anders. De wettelijke rente in de zin van art. 6:119 BW zal daarom worden toegewezen. Kliniek Naaldwijk hanteert overigens volgens haar facturen zelf de KNMT voorwaarden en daarin staat ook dat de wettelijke rente geldt.
2.10.
De incassokosten van € 154,24 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De gemachtigde van Kliniek Naaldwijk heeft namelijk op 15 april 2024 de zogeheten veertien-dagen brief verstuurd en toen er daarna nog niet betaald werd op 8 oktober 2024 is [gedaagde] gedagvaard. Dat is, anders dan [gedaagde] aanvoert, voordat zij termijnbedragen ging overmaken.
De rente over de buitengerechtelijke kosten wordt pas toegewezen vanaf 5 mei 2024, omdat Kliniek Naaldwijk op die datum recht had op een vergoeding van die kosten (artikel 6:83 b BW).
2.11.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij grotendeels ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die zij aan Kliniek Naaldwijk moet betalen op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 328,- aan griffierecht,
€ 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-, voor de akte wordt geen punt toegekend nu Kliniek Naaldwijk op de zitting zelf al had kunnen aangeven wat er ondertussen is betaald door [gedaagde]) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 802,89. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.12.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Kliniek Naaldwijk dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Kliniek Naaldwijk te betalen € 679,03 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de factuurbedragen vanaf de opeisbaarheid van de facturen tot de dag dat volledig is betaald en over de incassokosten vanaf 5 mei 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Kliniek Naaldwijk worden begroot op € 802,89;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken.
745