Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3338

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/10/711080 / KG ZA 25-1196
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging samenwerking en geschil over geldvorderingen, teruggave spullen en negatieve uitlatingen

Partijen, TC Europe en [persoon A] en [persoon B] handelend onder [bedrijf X], zijn in een geschil verwikkeld na beëindiging van hun samenwerking. TC Europe vordert betaling van ruim €107.000 wegens vermeende verduistering en onjuiste uitlatingen, terwijl [persoon A] en [persoon B] een tegenvordering van bijna €65.000 instellen wegens onbetaalde facturen.

De rechtbank oordeelt dat de geldvorderingen onvoldoende aannemelijk zijn en dat het spoedeisend belang ontbreekt, waardoor deze worden afgewezen. Wel wordt vastgesteld dat de samenwerking feitelijk is beëindigd en dat partijen elkaars spullen moeten teruggeven. Ook worden zij bevolen zich te onthouden van negatieve uitlatingen over elkaar.

De rechtbank legt dwangsommen op voor niet-naleving van de teruggaveverplichtingen en het overdragen van beheersrechten van socialmediapagina's. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. De vorderingen tot rectificatie en het verbod op benadering van klanten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Geldvorderingen afgewezen, partijen veroordeeld tot teruggave van spullen en zich te onthouden van negatieve uitlatingen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711080 / KG ZA 25-1196
Vonnis in kort geding van 20 januari 2026
in de zaak van
TRADING & CONSULTING EUROPE B.V.,
gevestigd in Berkel en Rodenrijs,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. C. Goedhart,
tegen

1..[persoon A] ,

2.
[persoon B], handelend onder de naam
[bedrijf X],
beiden wonende te [woonplaats] ,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaten: mrs. E.T. van den Hout en M.A.M. Chin.
Partijen worden hierna TC Europe, [persoon A] en [persoon B] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 11 december 2025, met producties 1 tot en met 22,
  • de eis in reconventie, met producties 1 en 2,
  • de vermeerdering van de eis in reconventie, met producties 3 tot en met 6,
  • de akte aanvullende producties, met producties 23 tot en met 29.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari 2026.

2.De feiten

2.1.
Op 1 oktober 2024 hebben [persoon B] , handelend onder de naam [bedrijf X] , en TC Europe een ‘Commissie/provisie contract’ (hierna: de overeenkomst) gesloten. [persoon A] , de partner van [persoon B] , heeft de overeenkomst mede ondertekend. In de overeenkomst staat dat TC Europe opdracht aan [bedrijf X] geeft tot het uitvoeren van taken, waaronder het opzetten en coördineren van een webshop, de in- en verkoop van producten via de webshop en het beheren en coördineren van de socialmediakanalen van de webshop. De door TC Europe aan [bedrijf X] te betalen commissie bedraagt 25% van de netto-omzet van de uitgevoerde taken. De looptijd van de overeenkomst is twaalf maanden en wordt stilzwijgend verlengd met twaalf maanden indien er geen opzegging plaatsvindt. Artikel 5 bevat Pro een geheimhoudingsbeding dat bepaalt dat [bedrijf X] zowel tijdens als na afloop van de overeenkomst tegenover derden strikte geheimhouding betracht over de zaken, belangen en bedrijfsaangelegenheden van TC Europe. Op overtreding van het beding is een boete gesteld van € 5.000,00, te vermeerderen met € 500,00 per dag dat deze voortduurt.
2.2.
Op 1 oktober 2024 hebben [persoon B] en [persoon A] tevens een bruikleenovereenkomst ondertekend. Daarin staat dat TC Europe een ASUS Vivobook (laptop), een Samsung Galaxy A15 128GB (donkerblauw) en een Lebara 10GB simkaart aan [bedrijf X] in bruikleen geeft. Ook vermeldt de bruikleenovereenkomst dat de zaken bij het einde van de samenwerking in complete en ordelijke staat worden teruggegeven.
2.3.
Bij brief van 1 oktober 2025 bericht [persoon C] namens TC Europe aan [persoon B] en [persoon A] dat de overeenkomst op 18 september 2025 is beëindigd en dat zij gedurende de looptijd van de overeenkomst een bedrag van € 112.892,65 hebben verduisterd. Volgens TC Europe hebben [persoon B] en [persoon A] contante betalingen van klanten aangenomen zonder deze betalingen te registreren. [persoon C] verzoekt [persoon B] en [persoon A] om het bedrag binnen zeven dagen te betalen en de in de bruikleenovereenkomst genoemde zaken alsook twee iPhones, een (andere) laptop, een laptophoes en sleutels aan TC Europe terug te geven. Ook wijst zij erop dat TC Europe van diverse klanten heeft vernomen dat [persoon B] en [persoon A] onjuiste informatie over TC Europe aan die klanten hebben verstrekt, waardoor TC Europe schade lijdt.
2.4.
Bij brief van 9 oktober 2025 schrijft mw. [persoon D] namens [persoon B] en [persoon A] aan [persoon C] dat TC Europe twee facturen van in totaal € 65.861,10 onbetaald heeft gelaten. Het gaat over de commissie en administratiekosten over de maanden maart tot en met september 2025. Verder laat mw. [persoon D] weten dat [persoon A] en [persoon B] twee laptops, een simkaart, een iPhone en een laptophoes onder zich hebben, maar deze niet teruggeven zolang er niet betaald wordt. Ook wordt betwist dat [persoon B] en [persoon A] geld hebben verduisterd en onjuiste informatie over TC Europe aan klanten hebben verstrekt.
2.5.
Bij brief van 31 oktober 2025 schrijft mr. Goedhart aan [persoon B] en [persoon A] dat het TC Europe is gebleken dat zij nog steeds onjuiste mededelingen over TC Europe doen aan klanten en leveranciers. TC Europe houdt [persoon A] en [persoon B] aansprakelijk voor de daardoor geleden en nog te lijden schade en sommeert [persoon A] en [persoon B] om zich te onthouden van lasterlijke c.q. onjuiste dan wel schadelijke uitlatingen over TC Europe.
2.6.
Op 27 november 2025 heeft TC Europe met verlof van de voorzieningenrechter in deze rechtbank ten laste van [persoon A] en [persoon B] conservatoir beslag tot afgifte doen leggen op de in de bruikleenovereenkomst genoemde zaken, een drietal sleutels van TC Europe, een laptop 2-in-1 (14 inch), een Apple iPhone 15 Pro Max, een Apple iPhone 13 Pro en een Case Logic Laps 114 laptophoes. De zaken zijn in bewaring gegeven aan Schippers IT B.V.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
TC Europe vordert, verkort weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
[persoon A] en [persoon B] veroordeelt tot betaling aan TC Europe van € 107.297,44,
[persoon A] en [persoon B] hoofdelijk veroordeelt om de bedrijfseigendommen waarop TC Europe beslag heeft gelegd binnen twee dagen na dit vonnis aan TC Europe af te geven, althans door de bewaarder te doen afgeven, onder oplegging van een dwangsom van € 250,00 per dag(deel), tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
[persoon A] en [persoon B] veroordeelt om binnen twee dagen na dit vonnis aan TC Europe de rechten van beheerder van de Instagram- en LinkedIn-pagina te verschaffen en daartoe alle medewerking te verlenen, waaronder te verstaan het verschaffen van inlogcodes, onder oplegging van een dwangsom van € 2.000,00 per dag(deel), tot een maximum van € 250.000,00 is bereikt,
[persoon A] en [persoon B] beveelt om zich te onthouden van het doen van onjuiste dan wel schadelijke uitlatingen over TC Europe en haar bestuurders, onder oplegging van een dwangsom van € 2.000,00 per dag(deel), tot een maximum van € 250.000,00 is bereikt,
[persoon A] en [persoon B] beveelt om zich te onthouden van het benaderen van klanten en leveranciers van TC Europe, onder oplegging van een dwangsom van € 2.000,00 per dag(deel), tot een maximum van € 250.000,00 is bereikt,
[persoon A] en [persoon B] veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.2.
[persoon A] en [persoon B] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van TC Europe, met veroordeling van TC Europe in de proceskosten.
in reconventie
3.3.
[persoon A] en [persoon B] vorderen, verkort weergegeven en na vermeerdering van eis, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
TC Europe veroordeelt tot betaling aan [persoon A] en [persoon B] van € 64.962,10, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 9 oktober 2025 en de buitengerechtelijke incassokosten,
TC Europe veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de laptop (Aces Swift 3) af te geven, onder oplegging van een dwangsom van € 500,00 per dag,
TC Europe beveelt om zich te onthouden van het doen van onjuiste en schadelijke uitlatingen over [persoon A] en [persoon B] / [bedrijf X] , onder oplegging van een dwangsom van € 1.500,00 per dag(deel), tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
TC Europe beveelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het volgende bericht te publiceren aan alle partijen die schadelijke berichten hebben ontvangen:
“Recent hebben wij een mededeling gedaan waarin wij hebben gesteld dat [persoon A] [vzr leest: [persoon A] fraude heeft gepleegd in ons bedrijf TC Europe waarvan wij aangifte hebben gedaan bij de politie. Deze mededeling was onjuist en is misleidend. Wij erkennen dat deze uitlating schadelijk is geweest voor [persoon A] en [bedrijf X] en bieden hiervoor onze excuses aan."
onder oplegging van een dwangsom van € 1.500,00 per dag(deel), tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
5. TC Europe veroordeelt in de proceskosten.
3.4.
TC Europe voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Tegen de eisvermeerdering heeft TC Europe geen bezwaar gemaakt.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
samenhang vorderingen
4.1.
Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en de vorderingen in reconventie worden deze hierna gezamenlijk beoordeeld.
spoedeisend belang
4.2.
De zaak is zowel in conventie als in reconventie spoedeisend genoeg om in kort geding te worden behandeld. Het spoedeisend belang van partijen is erin gelegen dat zij over en weer stellen schade te lijden als gevolg van onjuiste en schadelijke uitlatingen. Ook vorderen zij van elkaar teruggave van o.a. laptops.
geldvorderingen
4.3.
Partijen hebben over en weer geldvorderingen ingesteld. Voor een geldvordering in kort geding geldt dat terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats is. De kortgedingrechter moet onderzoeken of de vordering voldoende aannemelijk is en of een onmiddellijke voorziening is vereist. Daarnaast moet bij de afweging van de belangen van partijen mede de vraag worden betrokken naar het risico van onmogelijkheid van terugbetaling.
4.4.
TC Europe legt aan haar geldvordering ten grondslag dat [persoon A] en [persoon B] op grote schaal hebben gefraudeerd. Volgens TC Europe hebben [persoon A] en [persoon B] klanten van TC Europe openstaande facturen van TC Europe gedeeltelijk cash laten betalen en die betalingen in eigen zak gestoken. Ook zouden producten van TC Europe met verlies door [persoon A] en [persoon B] zijn verkocht. TC Europe stelt hierdoor € 107.297,44 aan schade te hebben geleden. TC Europe heeft haar stellingen met Whatsappberichten en een transcript van een spraakbericht onderbouwd. Uit deze berichten blijkt echter niet van wie zij afkomstig zijn en wanneer zij verzonden zijn. Enkel op basis daarvan kan dus niet worden aangenomen dat [persoon B] en [persoon A] op grote schaal hebben gefraudeerd. TC Europe heeft nog een Opgaaf Intracommunautaire prestaties over maart 2025 overgelegd, maar ook op grond daarvan kan, zonder een nadere toelichting en aanvullende stukken, die conclusie niet worden getrokken. Bovendien weerspreken [persoon A] en [persoon B] dat zij de opgaaf hebben gedaan. Ten slotte ontbreekt een spoedeisend belang bij de geldvordering. Hoewel TC Europe vreest dat [persoon A] en [persoon B] op korte termijn voor onbepaalde tijd naar Dubai zullen vertrekken, hebben [persoon A] en [persoon B] dit tijdens de mondelinge behandeling weersproken. TC Europe heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat dit niet klopt. De vordering wordt dan ook afgewezen.
4.5.
De geldvordering van [persoon A] en [persoon B] ondergaat hetzelfde lot. [persoon A] en [persoon B] stellen dat TC Europe facturen voor een bedrag van € 64.962,10 onbetaald hebben gelaten. Die facturen worden door TC Europe betwist. [persoon A] en [persoon B] hebben echter nagelaten om hun vordering nader toe te lichten en te onderbouwen. Zo is onduidelijk welke taken [persoon A] en [persoon B] in de betreffende maanden hebben uitgevoerd en welke netto-omzet daarmee is behaald. Ook hebben zij hun spoedeisend belang niet onderbouwd.
teruggave spullen
4.6.
Hoewel [persoon A] en [persoon B] betwisten dat de overeenkomst rechtsgeldig door TC Europe is opgezegd, zijn partijen het erover eens dat hun samenwerking feitelijk tot een einde is gekomen. Tijdens de mondelinge behandeling hebben zij bovendien te kennen gegeven dat zij niet meer met elkaar verder willen. Dit betekent dat de samenwerking moet worden afgewikkeld en partijen spullen van de ander moeten teruggeven. Voor zover [persoon A] en [persoon B] zich op een retentierecht beroepen, faalt dit. Onvoldoende aannemelijk is immers dat zij over een geldvordering op TC Europe beschikken (zie 4.5. hiervoor).
4.7.
Het vorenstaande leidt ertoe dat [persoon A] en [persoon B] de gerechtelijk bewaarder dienen te instrueren dat de in beslaggenomen spullen (zie 2.6. hiervoor) aan TC Europe moet worden afgegeven. Hoewel meer spullen in beslag zijn genomen dan waarop de bruikleenovereenkomst betrekking heeft, hebben [persoon A] en [persoon B] niet weersproken dat de beslagen goederen bedrijfseigendommen van TC Europe betreffen. TC Europe dient op haar beurt een laptop van [persoon B] aan haar terug te geven. TC Europe heeft onvoldoende weersproken dat het om een privélaptop gaat die in haar kantoor is blijven liggen.
4.8.
Partijen worden veroordeeld om de spullen binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan elkaar terug te geven. Aan die veroordelingen wordt een dwangsom van € 250,00 verbonden tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt.
rechten Instagram- en LinkedInpagina
4.9.
Nu de samenwerking tussen partijen is geëindigd, dienen [persoon A] en [persoon B] tevens de rechten van beheerder van de Instagram- en LinkedIn-pagina van TC Europe aan TC Europe te verschaffen. Na de betekening van het vonnis krijgen zij daarvoor zeven dagen de tijd. Aan de veroordeling wordt een dwangsom verbonden als in de beslissing vermeld.
uitlatingen
4.10.
TC Europe stelt dat [persoon A] en [persoon B] negatieve en onjuiste berichten over TC Europe verspreiden. Volgens TC Europe hebben zij aan klanten en leveranciers van TC Europe medegedeeld dat TC Europe niet meer bestaat en geen producten meer verkoopt. Daarnaast zouden zij aan klanten en leveranciers hebben verteld dat TC Europe niet te vertrouwen is, slechte medewerkers aanneemt en zich schuldig maakt aan diefstal.
[persoon A] en [persoon B] stellen op hun beurt dat TC Europe onjuiste informatie over [persoon A] heeft verspreid. Volgens [persoon A] en [persoon B] heeft TC Europe in een bericht van 27 september 2025 en in Whatsappgroepen melding gemaakt van fraude en misleiding door [persoon A] .
4.11.
De voorzieningenrechter overweegt dat partijen negatieve uitlatingen over elkaar hebben gedaan en doen en dat het in het belang van beide partijen is dat dit stopt. Het moge duidelijk zijn dat de samenwerking niet tot het resultaat heeft geleid waar partijen op hoopten. Over hun geschil hoeven zij derden echter niet te verwittigen. Partijen worden dan ook bevolen om zich te onthouden van het doen van uitlatingen over elkaar. De bevelen worden ruim geformuleerd, omdat niet duidelijk is welke uitlatingen onjuist zijn (geweest) en welke schade daardoor is geleden. Ook wordt daaraan geen dwangsom verbonden.
4.12.
TC Europe vordert nog om [persoon A] en [persoon B] te bevelen om geen klanten en relaties van TC Europe te benaderen. Die vordering heeft TC Europe onvoldoende onderbouwd. Afgezien van de uitlatingen die [persoon A] over TC Europe aan klanten en relaties van TC Europe heeft gedaan, is niet gebleken dat [persoon A] die klanten en relaties ook heeft benaderd met vertrouwelijke informatie over TC Europe. Daarnaast is in de overeenkomst al een geheimhoudingsbeding opgenomen en is op de schending daarvan een boete gesteld.
4.13.
[persoon A] en [persoon B] vorderen ten slotte dat TC Europe een rectificatie zendt aan alle partijen die schadelijke berichten van TC Europe hebben ontvangen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit niet in het belang van partijen. Daarmee wordt namelijk opnieuw aandacht voor de kwestie gevraagd, terwijl partijen juist moeten stoppen met het doen van uitlatingen over elkaar. De vordering wordt dus afgewezen.
proceskosten
4.14.
Partijen worden over en weer in het (on)gelijk gesteld. Daarom worden de proceskosten in conventie en reconventie tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [persoon A] en [persoon B] hoofdelijk om Schippers IT B.V. binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de instructie te geven om de volgende zaken aan TC Europe af te geven:
- een drietal sleutels van TC Europe
- Samsung Galaxy A15 128GB (donkerblauw)
- Asus VivoBook (laptop)
- Lebara 10GB internet simkaart,
- Laptop 2-in-1 (14 inch)
- Apple iPhone 15 Pro Max
- Apple iPhone 13 Pro
- Case Logic Laps 114 laptophoes,
5.2.
veroordeelt [persoon A] en [persoon B] om een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat zij niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt [persoon A] en [persoon B] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de rechten van beheerder van de Instagram- en LinkedIn-pagina van TC Europe, waaronder de inlogcodes, aan TC Europe te verschaffen,
5.4.
veroordeelt [persoon A] en [persoon B] om een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat zij niet aan de in 5.3. uitgesproken hoofdveroordeling voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
5.5.
beveelt [persoon A] en [persoon B] om zich te onthouden van het doen van schadelijke uitlatingen over TC Europe en haar bestuurders,
5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.9.
veroordeelt TC Europe om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de laptop (Aces Swift 3) aan [persoon A] en/of [persoon B] af te geven,
5.10.
veroordeelt TC Europe om een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat zij niet aan de in 5.9. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
5.11.
beveelt TC Europe om zich te onthouden van het doen van schadelijke uitlatingen over [persoon A] en [persoon B] / [bedrijf X] ,
5.12.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.13.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.14.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026. [2971/3577]