Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3368

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/10/714945 / JE RK 26-298
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling minderjarige wegens schoolverzuim en zorgelijke thuissituatie

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar vanwege langdurig schoolverzuim, zorgen over het welzijn en de gezondheid van het kind, en het middelengebruik van de moeder. De moeder en stiefvader betwistten de zorgen over gezondheid en middelengebruik, maar erkenden het schoolverzuim en de vertraagde verhuizing naar Spanje.

Tijdens de zitting gaf de kinderrechter aan dat het schoolverzuim de meest concrete zorg is, die het sociale en emotionele welzijn van het kind bedreigt. De plannen van de ouders om naar Spanje te verhuizen en het kind daar naar school te laten gaan, zijn onvoldoende concreet en onderbouwd. De zorgen over de gezondheid van het kind zijn niet duidelijk bewezen, maar verdienen nader onderzoek.

De kinderrechter acht de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling noodzakelijk omdat vrijwillige hulpverlening niet heeft geleid tot verbetering. De ondertoezichtstelling wordt daarom toegekend voor drie maanden, korter dan verzocht, om tussentijds de situatie te evalueren. Een vervolgzitting is gepland op 28 mei 2026, waarbij rapportage van de Raad wordt verlangd.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De ouders en betrokken partijen zijn opgeroepen voor de vervolgprocedure en het kind zal apart worden gehoord.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor drie maanden wegens langdurig schoolverzuim en onduidelijkheden over de thuissituatie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714945 / JE RK 26-298
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, thans verblijvende op een bij de rechtbank onbekend adres,
advocaat: mr. G.F. van den Ende, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam stiefvader],
hierna te noemen: de stiefvader, thans verblijvende op een bij de rechtbank onbekend adres,
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 13 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de stiefvader;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft met de moeder en de stiefvader op een bij de rechtbank onbekend adres.
2.3.
Bij beschikking van 5 december 2025 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 5 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het – onder verwijzing naar het verzoekschrift – nader toe. De afgelopen periode heeft de Raad, binnen de voorlopige ondertoezichtstelling, onderzoek gedaan naar het welzijn en de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Uit dit onderzoek blijkt dat [voornaam minderjarige] al langere tijd niet naar school gaat. De moeder en de stiefvader zijn al langere tijd van plan om naar Spanje te verhuizen en [voornaam minderjarige] daar naar school te laten gaan, maar dit is nog niet geregeld. Er bestaan zorgen om het isolement van [voornaam minderjarige] en om het middelengebruik van de moeder. Daarnaast bestaan er zorgen om de gezondheid van [voornaam minderjarige] en om hoe de moeder en de stiefvader hiermee omgaan. De moeder en de stiefvader geven aan dat de informatie in het onderzoeksrapport van de Raad niet klopt, in ieder geval niet ten aanzien van de gestelde gezondheidsproblemen van [voornaam minderjarige] . De Raad heeft echter niet de kans gehad om een en ander goed te onderzoeken, nu het lastig was om tijdens het onderzoek met de moeder en de stiefvader in contact te komen. De moeder en de stiefvader hebben zich gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling aan het toezicht onttrokken door naar Spanje te gaan en niet te vertellen waar zij in Spanje, maar ook in Nederland, doorgaans verbleven. Een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] is het aankomende jaar nodig om de situatie verder te onderzoeken, om te zorgen dat de schoolgang van [voornaam minderjarige] wordt hervat en om waar nodig passende hulpverlening in te zetten.

4.De standpunten van de GI en de ouders

4.1.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Het is binnen de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] niet voldoende gelukt om met de moeder en de stiefvader in contact te komen en zicht te krijgen op de situatie. Het is belangrijk dat het plan van de moeder en de stiefvader om naar Spanje te verhuizen inzichtelijk wordt, dat de schoolgang van [voornaam minderjarige] wordt hervat en dat de gezondheid van [voornaam minderjarige] wordt onderzocht. Wanneer de communicatie tussen de moeder, de stiefvader en de GI verbetert en de moeder en de stiefvader zich openstellen voor de betrokkenheid van hulpverlening kan hiertoe daadwerkelijk een plan worden gemaakt.
4.2.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De bestaande zorgen om [voornaam minderjarige] zijn niet voldoende om een ondertoezichtstelling te rechtvaardigen. De zorgen om de gezondheidsproblemen van [voornaam minderjarige] kloppen niet; de informatie in het onderzoeksrapport van de Raad is verwisseld met de informatie over de oudere broer van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft geen stoma nodig en krijgt altijd genoeg te eten. De zorgen om het middelengebruik van de moeder kloppen ook niet. De moeder blowt – zoals afgesproken met de jeugdbescherming – alleen op haar kamer met de deur gesloten en nooit in het bijzijn van [voornaam minderjarige] . De enige zorg die op dit moment wel klopt, is de zorg om de schoolgang van [voornaam minderjarige] door de vertraagde verhuizing van de moeder, de stiefvader en [voornaam minderjarige] naar Spanje. De moeder vindt het ook lastig dat [voornaam minderjarige] al langere tijd niet naar school gaat, maar dit was in Nederland niet mogelijk door zijn oorontstekingen. Een inschrijving van [voornaam minderjarige] op een school in Spanje was ook nog niet mogelijk; een school die gevonden is, bleek te duur te zijn. De moeder en de stiefvader hebben al langer (sinds dat de moeder van de stiefvader naar Spanje verhuisde) het plan om naar Spanje te verhuizen, maar dit is onder andere door financiële strubbelingen (zoals het verlaat ontvangen van een erfenis) vertraagd. De financiële strubbelingen zijn inmiddels grotendeels opgelost, waardoor de verhuizing naar Spanje en de inschrijving van [voornaam minderjarige] op een Spaanse school verder kan worden opgepakt. Inmiddels is bekend dat [voornaam minderjarige] pas na de zomervakantie in Spanje naar school kan. De moeder en de stiefvader zijn daarom voornemens om [voornaam minderjarige] in de tussentijd alsnog in Nederland naar school te laten gaan. De moeder en de stiefvader willen overal aan meewerken, maar wel alleen in het belang van [voornaam minderjarige] . Zij geven liever hun adresgegevens niet op, omdat deze eerder zijn doorgegeven aan partijen die dit niet mochten weten. Dit heeft toen voor onveilige situaties gezorgd.
4.3.
De stiefvader sluit zich tijdens de mondelinge behandeling aan bij het standpunt van de moeder en haar advocaat. [voornaam minderjarige] ging in Nederland niet naar school door zijn vele oorontstekingen. Door het warme weer in Spanje zijn de oorontstekingen inmiddels verholpen. De inschrijving van [voornaam minderjarige] op een Spaanse school verliep moeizaam, maar de verwachting is dat dit nog voor de start van het volgende schooljaar lukt. Het klopt dat [voornaam minderjarige] de afgelopen periode ook in Nederland is gesignaleerd. De moeder en de stiefvader waren in december 2025 in Nederland om zaken rondom de inschrijving van [voornaam minderjarige] op een Spaanse school te regelen, maar de stiefvader werd door een openstaande straf opgepakt. De moeder en [voornaam minderjarige] moesten daarom langer in Nederland blijven. [voornaam minderjarige] is na schooltijd gesignaleerd bij zijn oude school, maar hij kreeg onder schooltijd gewoon thuisonderwijs.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat over een deel van de door de Raad gesignaleerde zorgen om [voornaam minderjarige] onduidelijkheid bestaat. De enige duidelijke zorg om [voornaam minderjarige] is op dit moment zijn schoolverzuim. [voornaam minderjarige] gaat al lange tijd niet naar school, mist zijn vriendjes en wordt daarmee bedreigd in zijn sociale- en emotionele ontwikkeling. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk weer naar school kan gaan. Zolang dit in Spanje niet kan worden geregeld, dient dit in Nederland te worden geregeld. De kinderrechter acht hierbij de betrokkenheid van de GI noodzakelijk, omdat binnen het vrijwillig kader niet is gelukt het schoolverzuim van [voornaam minderjarige] te verhelpen en op dit moment onduidelijk is of dit binnen een acceptabele termijn wel lukt. Er is al jarenlang sprake van een voornemen om naar Spanje te verhuizen, zonder dat dit daadwerkelijk is doorgezet. Een recente poging hem in te schrijven op een Spaanse school, is kennelijk mislukt vanwege de kosten. De door moeder genoemde plannen om hem in Nederland (tot de zomervakantie) of in Spanje (na de zomervakantie) bij een school in te schrijven, zijn te vaag en niet onderbouwd met stukken. De door de Raad gesignaleerde zorgen om de gezondheidsproblemen van [voornaam minderjarige] zijn op zichzelf geen reden om [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen, omdat niet duidelijk is of zijn gezondheid inderdaad een probleem is; de moeder heeft dit gemotiveerd weersproken. Het is wel belangrijk dat deze zorgen binnen de ondertoezichtstelling verder worden onderzocht. De medewerking van de moeder en de stiefvader is noodzakelijk om verdere stappen te zetten. Het is daarbij ook helpend als zij hun adresgegevens delen met de GI. Het is voor de kinderrechter niet aanvaardbaar dat op een volgende zitting nog onduidelijkheid zou bestaan over de gezondheid van [voornaam minderjarige] .
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter ziet wel aanleiding om de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] korter te verlenen dan is verzocht, om tussentijds een vinger aan de pols te houden. De kinderrechter zal [voornaam minderjarige] daarom onder toezicht stellen voor de duur van drie maanden en het overig verzochte aanhouden tot de hierna te noemen zittingsdatum.
5.3.
De Raad wordt verzocht om uiterlijk één week voor de hierna te noemen zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de GI, de moeder, de stiefvader en mr. G.F. van den Ende) te rapporteren over de dan huidige stand van zaken en aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 4 maart 2026 tot 4 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling voor het overig verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de Raad, de GI, de moeder, de stiefvader en mr. G.F. van den Ende zal plaatsvinden op
28 mei 2026 om 14:45 uur, in het gerechtsgebouw te
Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
6.4.
de zaak zal op genoemde zittingsdatum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. N. Doorduijn, kinderrechter;
6.5.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de moeder, de stiefvader en mr. G.F. van den Ende;
6.6.
gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] voor een apart kind gesprek;
6.7.
verzoekt de Raad om uiterlijk één week voor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de GI, de moeder, de stiefvader en mr. G.F. van den Ende) de verzochte briefrapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 12 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.