De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar vanwege langdurig schoolverzuim, zorgen over het welzijn en de gezondheid van het kind, en het middelengebruik van de moeder. De moeder en stiefvader betwistten de zorgen over gezondheid en middelengebruik, maar erkenden het schoolverzuim en de vertraagde verhuizing naar Spanje.
Tijdens de zitting gaf de kinderrechter aan dat het schoolverzuim de meest concrete zorg is, die het sociale en emotionele welzijn van het kind bedreigt. De plannen van de ouders om naar Spanje te verhuizen en het kind daar naar school te laten gaan, zijn onvoldoende concreet en onderbouwd. De zorgen over de gezondheid van het kind zijn niet duidelijk bewezen, maar verdienen nader onderzoek.
De kinderrechter acht de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling noodzakelijk omdat vrijwillige hulpverlening niet heeft geleid tot verbetering. De ondertoezichtstelling wordt daarom toegekend voor drie maanden, korter dan verzocht, om tussentijds de situatie te evalueren. Een vervolgzitting is gepland op 28 mei 2026, waarbij rapportage van de Raad wordt verlangd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De ouders en betrokken partijen zijn opgeroepen voor de vervolgprocedure en het kind zal apart worden gehoord.