De zaak betreft de verlenging van een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die momenteel verblijft bij zijn oma en tante. De kinderrechter heeft op 4 maart 2026 de verzoeken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond behandeld. De ouders hebben het ouderlijk gezag, maar het lukt hen niet om een structurele omgang met de minderjarige te realiseren.
Tijdens de zitting, waarbij de moeder niet aanwezig was maar wel vertegenwoordigd, is vastgesteld dat het verblijf bij de oma en tante overwegend goed verloopt. Er zijn echter nog steeds zorgen over het welzijn van de minderjarige, met name vanwege zijn schoolverzuim en de verstoorde familieverhoudingen. De GI benadrukt het belang van een duidelijk perspectief voor de minderjarige, bij voorkeur voor het begin van het nieuwe schooljaar.
Alle betrokkenen, inclusief ouders en familieleden, stemmen in met de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd tot 14 april 2027, waarmee het verblijf bij de familie wordt voortgezet.