De heer verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek behandeld en vastgesteld dat een buitengerechtelijke schuldregeling niet haalbaar is vanwege onduidelijkheid over de restanthypotheek en het eigendom van de woning.
Hoewel een vordering van het CJIB voor verkeersboetes niet te goeder trouw is ontstaan, heeft de rechtbank op basis van de hardheidsclausule besloten de heer verzoekster toch toe te laten tot de Wsnp. Dit mede omdat hij zijn financiële situatie onder controle heeft gekregen, zich onder beschermingsbewind heeft gesteld en geen nieuwe verkeersboetes kan veroorzaken.
De rechtbank stelt de looptijd van de regeling vast op 18 maanden, ingaand op 16 februari 2026, zonder eerdere ingangsdatum. Tijdens de Wsnp gelden diverse verplichtingen, waaronder het afstaan van bezittingen aan de bewindvoerder en het naleven van inspanningsverplichtingen. De rechtbank benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris voor toezicht en beheer.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.