Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 31 december 2025. Verzoeker kampt met schulden ontstaan door verkeerde beslissingen en heeft sinds kort een uitkering en toeslagen die voldoende zijn om de huur te betalen.
De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie nu de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. De belangenafweging tussen verzoeker en verweerster leidt tot toewijzing van het moratorium, omdat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan en schuldhulpverlening wordt voortgezet.
De voorziening geldt voor zes maanden en wordt onder de voorwaarde gesteld dat de huurbetalingen worden nagekomen. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog loopt. De rechtbank verlengt de huurovereenkomst voor de duur van het moratorium.