Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was aangekondigd na een huurachterstand die in februari 2022 ontstond, maar de lopende huurtermijnen zijn inmiddels voldaan.
De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en weegt het belang van verzoekster, die met haar minderjarige kinderen in de woning wil blijven en een schuldhulpverleningstraject is gestart, tegen het belang van verweerster, de verhuurder die het proces-verbaal wil uitvoeren.
Gezien het voldoende inkomen van verzoekster en de betaling van de recente huurtermijnen, acht de rechtbank het belang van verzoekster zwaarder wegen. Daarom wordt het moratorium voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog loopt.