Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 maart 2025, met producties 1 t/m 5;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord, met bijlagen;
- de repliek, met productie 6;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
- de akte van [eiseres] , met producties 8 en 9;
- de rolbeslissing van 28 november 2025;
- de aantekeningen van de mondelinge reactie met bijlagen.
2.De beoordeling
Partijen brengen beiden dezelfde factuur in het geding van de opkoper van de auto waaruit blijkt dat een bedrag van € 9.505,94 exclusief btw is betaald aan [eiseres] in het kader van de huurkoopovereenkomst. Volgens [eiseres] komt de btw die door de opkoper is betaald (een bedrag van € 1.889,06) niet in aanmerking voor verrekening met het openstaande bedrag. [gedaagde] betwist dit niet.
Overeengekomen bedrag aanbetaling: € 7.950,00-
Te verrekenen surplus: € 816,55