Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Vrijspraak
3.Voorlopige hechtenis
4.Vordering van de benadeelde partij
5.Beslissingen
niet bewezendat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Op 8 december 2024 vond in Rotterdam een schietincident plaats waarbij het slachtoffer in de arm en zij werd geraakt. De verdachte werd ervan beschuldigd dat hij vanaf het balkon van een appartement had geschoten met een vuurwapen, waarbij hij het slachtoffer probeerde te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
De officier van justitie stelde dat de verdachte de schutter was, mede omdat het incident plaatsvond op het adres waar de moeder van de verdachte woonde en waar de verdachte aanwezig was. Het slachtoffer herkende de verdachte als schutter tijdens een enkelvoudige fotoconfrontatie een maand na het incident.
De verdachte ontkende stellig en zijn moeder verklaarde dat hij het appartement niet had verlaten en niet op het balkon was geweest. De rechtbank oordeelde dat de enkelvoudige fotoconfrontatie onvoldoende betrouwbaar was en dat er geen ander bewijs was om vast te stellen dat de verdachte de schutter was.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een vuurwapen. De voorlopige hechtenis van de verdachte werd opgeheven op 27 februari 2026. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het vuurwapen heeft gebruikt tijdens het schietincident.