De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2014 en 2017. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, is niet verschenen vanwege recente bevalling, maar haar belangen werden vertegenwoordigd door een waarnemend advocaat.
De minderjarige kinderen verblijven respectievelijk in een gezinshuis en een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Eerder waren de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing reeds verlengd tot respectievelijk augustus 2026 en maart 2026. De GI verzocht nu om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot augustus 2026.
De kinderrechter constateert dat de positieve ontwikkelingen bij de moeder niet zijn doorgezet en dat de samenwerking met de GI volledig is stilgevallen, mede door het recente bevallen van de moeder. De kinderen ontvangen passende zorg en behandeling op hun huidige locaties. Een terugplaatsing is op dit moment niet mogelijk. De kinderrechter verlengt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden tot 9 juni 2026 en houdt het overige verzoek aan voor verdere behandeling.
De moeder wordt opgeroepen openheid te geven en medewerking te verlenen aan de hulpverlening. De GI dient een rapportage te overleggen voorafgaand aan de volgende zitting op 26 mei 2026. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen eindbeslissingen is hoger beroep mogelijk.