De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2017. De minderjarige verblijft bij de stiefmoeder, terwijl de ouders het ouderlijk gezag behouden. De moeder ontvangt ambulante hulpverlening, maar werkt onvoldoende mee en onderhoudt moeizaam contact met de GI en haar kinderen.
De kinderrechter constateert dat de zorgen over de opvoedvaardigheden en emotionele beschikbaarheid van de moeder onverminderd aanwezig zijn. De moeder heeft onvoldoende geprofiteerd van de geboden hulpverlening en komt afspraken niet altijd na, wat onvoorspelbaarheid veroorzaakt die niet in het belang is van de minderjarige. De plaatsing bij de stiefmoeder verloopt goed en biedt de rust en stabiliteit die de minderjarige nodig heeft.
De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling te verlengen tot 11 februari 2027 en de machtiging tot uithuisplaatsing binnen het netwerk bij de stiefmoeder tot 11 september 2026. De behandeling van het resterende verzoek wordt aangehouden tot 1 augustus 2026, waarbij de GI zal rapporteren over de actuele stand van zaken. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.