Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3431

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
C/10/704624 / HA ZA 25-648
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:63 BWArt. 11 Fenex-conditiesArt. 23 CMRArtikel 26 Brussel I bis-VoArtikel 24 Brussel I bis-Vo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Expediteur niet aansprakelijk voor verlies lading nikkelbriketten tijdens internationaal transport

Metaal Transport kreeg van Sumitomo c.s. de opdracht om het transport van nikkelbriketten van Nederland naar Spanje te organiseren. De lading werd tijdens het transport in Frankrijk gestolen. Sumitomo c.s. vorderden dat Metaal Transport aansprakelijk werd gesteld op grond van schending van haar informatieplicht als expediteur volgens artikel 8:63 BW Pro.

De rechtbank stelde vast dat Metaal Transport de opdracht had uitbesteed aan een andere expediteur en vervolgens aan een Roemeense vervoerder, Universal Transport. Metaal Transport had Sumitomo c.s. tijdig en volledig geïnformeerd over de vervoerovereenkomsten, de identiteit van de vervoerder en de verzekeringsgegevens. Dit bleek onder meer uit correspondentie, expertiserapporten en de CMR-vrachtbrief.

De rechtbank oordeelde dat Metaal Transport haar informatieplicht niet had geschonden en daarom niet aansprakelijk kon worden gehouden als vervoerder. De primaire vordering van Metaal Transport tot niet-aansprakelijkheid werd toegewezen, terwijl de vorderingen van Sumitomo c.s. in reconventie werden afgewezen. De proceskosten werden verdeeld en veroordelingen uitgesproken tegen Sumitomo c.s. en Acerinox, die niet verschenen was.

Uitkomst: Metaal Transport is niet aansprakelijk voor de schade door diefstal van de lading en de vorderingen van Sumitomo c.s. worden afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/704624 / HA ZA 25-648
Vonnis van 25 maart 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
METAAL TRANSPORT B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam,
tegen
1. de vennootschap naar buitenlands recht
SUMITOMO CORPORATION EUROPE LIMITED,
gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. A. Jumelet te Rotterdam,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
SUMITOMO CORPORATION,
gevestigd te Tokio (Japan),
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. A. Jumelet te Rotterdam,
3. de vennootschap naar buitenlands recht
ACERINOX EUROPA SA,
gevestigd te Madrid (Spanje),
gedaagde in conventie,
niet verschenen.
Partijen worden hierna Metaal Transport, Sumitomo c.s. (gedaagden 1 en 2 gezamenlijk) en Acerinox genoemd.

1.De zaak in het kort

Sumitomo c.s. hebben aan Metaal Transport, die werkzaam was als expediteur, opdracht gegeven om het transport van een lading nikkelbriketten te organiseren vanuit Nederland naar het adres van Aceronix in Spanje. De lading nikkelbriketten is gedurende het transport gestolen.
Metaal Transport vordert in conventie primair een verklaring voor recht dat zij niet aansprakelijk is voor de door Sumitomo c.s. en Acerinox beweerdelijk geleden schade als gevolg van het verlies van de lading nikkelbriketten.
Sumitomo c.s. stellen zich op het standpunt dat Metaal Transport als expediteur haar informatieplicht uit artikel 8:63 lid 1 BW Pro heeft geschonden en vorderen in reconventie onder meer een verklaring voor recht dat Metaal Transport op grond van artikel 8:63 lid 3 BW Pro jegens Sumitomo c.s. aansprakelijk is als vervoerder voor de schade voortvloeiend uit het verlies van de lading.
De rechtbank oordeelt dat Metaal Transport haar informatieplicht niet heeft geschonden en dat zij daarom niet door Sumitomo c.s. op die grond kan worden aangesproken voor de schade. De door Metaal Transport in conventie gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook toegewezen en de vorderingen van Sumitomo c.s. in reconventie worden afgewezen. De jegens Acerinox gevorderde verklaring voor recht wordt bij verstek toegewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure in conventie en reconventie blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 oktober 2024, met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 16;
- de brief van de rechtbank van 24 december 2025 met daarin een oproep voor de mondelinge behandeling van 26 februari 2026;
- de e-mail van de rechtbank van 12 januari 2026 met daarin een zittingsagenda;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte houdende overlegging producties in conventie en reconventie, met producties 5 tot en met 19;
- het B8-formulier van Sumitomo c.s. met productie 17;
- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde spreekaantekeningen van Metaal Transport en Sumitomo c.s.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Metaal Transport is werkzaam als expediteur.
3.2.
Sumitomo c.s. houden zich bezig met internationale handel en hebben op of omstreeks 25 september 2024 aan Metaal Transport opdracht gegeven tot het organiseren van het transport van 12 “
big bags” nikkelbriketten (hierna: de lading) van Rotterdam naar het adres van Acerinox in Los Barrios (Spanje).
3.3.
Metaal Transport heeft voor deze opdracht [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) ingeschakeld.
3.4.
[bedrijf] heeft het vervoer op haar beurt uitbesteed aan de Roemeense vervoerder Universal Transport 2007 S.r.l. (hierna: Universal).
3.5.
Op of omstreeks 26 september 2024 is de lading in Rotterdam in ontvangst genomen door (de chauffeur van) Universal onder dekking van een CMR-vrachtbrief.
3.6.
Op 3 oktober 2024 heeft de chauffeur van Universal de trailer met de lading achtergelaten op een terrein bij Crépy-en-Valois (Frankrijk) om reparatiewerkzaamheden aan de vrachtwagen uit te laten voeren. In de nacht van 3 op 4 oktober 2024 is de trailer met de lading gestolen.

4.Het geschil

in conventie

4.1.
Metaal Transport vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, verklaart voor recht dat:
  • i) primair, Metaal Transport niet aansprakelijk is voor de door Sumitomo c.s. en Acerinox, althans één of meer van hen, beweerdelijk geleden schade ter zake van de lading;
  • ii) althans subsidiair, Metaal Transport niet verder aansprakelijk is jegens Sumitomo c.s. en Acerinox, althans één of meer van hen, dan tot het bedrag van de Fenex-beperking ex artikel 11 Fenex Pro-condities van 10.000 SDR;
  • iii) althans meer subsidiair, Metaal Transport jegens Sumitomo c.s. en Acerinox, althans één of meer van hen, niet verder aansprakelijk is dan tot het bedrag van de CMR-beperking ex artikel 23 CMR Pro van 8,33 SDR per verloren kilogram brutogewicht.
4.2.
Sumitomo c.s. voeren verweer en concluderen tot integrale afwijzing van de vorderingen van Metaal Transport, met veroordeling van Metaal Transport, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding in conventie.
4.3.
Acerinox heeft, hoewel deugdelijk opgeroepen, geen verweer gevoerd.
in reconventie
4.4.
Sumitomo c.s. vorderen dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat Metaal Transport op grond van artikel 8:63 lid 3 BW Pro jegens Sumitomo c.s. aansprakelijk is als vervoerder voor de schade voortvloeiend uit het verlies van de lading;
II. Metaal Transport veroordeelt tot betaling aan Sumitomo c.s. van een bedrag van USD 390.308,64, althans de tegenwaarde daarvan in euro’s per datum betaling; subsidiair, Metaal Transport veroordeelt tot betaling van de schade berekend volgens de limiet van artikel 23 lid 3 CMR Pro;
III. de onder II genoemde bedragen vermeerdert met de wettelijke (handels)rente vanaf 4 oktober 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. Metaal Transport veroordeelt in de (na)kosten van deze procedure in reconventie.
4.5.
Metaal Transport voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sumitomo c.s., met veroordeling van Sumitomo c.s., uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure in reconventie.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, in gegaan.

5.De beoordeling

in de zaak tegen Sumitomo c.s. en Acerinox

5.1.
Dit geschil betreft een internationale zaak, omdat Metaal Transport in Nederland, Sumitomo Corporation Europe Limited in het Verenigd Koninkrijk, Sumitomo Corporation in Japan en Acerinox in Spanje is gevestigd. De rechtbank zal daarom eerst haar internationale bevoegdheid en het toepasselijke recht vaststellen.
Bevoegdheid
5.2.
Ten aanzien van de vraag naar de rechtsmacht is van toepassing de Brussel I bis-Vo [1] , omdat de dagvaarding na de inwerkingtreding van Brussel I bis-Vo is uitgebracht en sprake is van een burgerlijke en handelszaak in de zin van Brussel I bis-Vo.
Ten aanzien van de vorderingen tegen Sumitomo c.s. geldt dat artikel 26 van Pro Brussel I bis-Vo ook geldt voor gedaagden zonder woonplaats in één van de lidstaten. Sumitomo c.s. hebben de internationale bevoegdheid van deze rechtbank niet betwist en niet is gebleken van feiten of omstandigheden die ertoe leiden dat een ander gerecht op grond van artikel 24 Brussel Pro I bis-Vo bij uitsluiting bevoegd is. Deze rechtbank is daarom voor deze vorderingen internationaal bevoegd op grond van een stilzwijgende forumkeuze in de zin van artikel 26 lid 1 Brussel Pro I bis-Vo.
5.3.
Ten aanzien van de vorderingen tegen Acerinox geldt dat Metaal Transport haar expediteurswerkzaamheden heeft verricht/diensten heeft verstrekt vanuit Nederland en dat de Nederlandse rechtbank daarom bevoegd is op grond van artikel 7 lid 1 sub b Brussel Pro I bis-Vo.
Toepasselijk recht
5.4.
Op grond van artikel 3 lid 1 Rome Pro I [2] is Nederlands recht van toepassing op de rechtsverhouding tussen Metaal Transport en Sumitomo c.s. Partijen zijn het er namelijk over eens dat op de expeditieovereenkomst de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn. Daarin is bepaald dat Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst (artikel 21 lid 1 Fenex Pro-voorwaarden).
Bij gebreke van een rechtskeuze tussen Metaal Transport en Acerinox, volgt uit artikel 4 lid 1 sub b Rome Pro I-Vo dat op de overeenkomst inzake dienstverlening, op basis waarvan de werkzaamheden van Metaal Transport zijn verricht, het recht toepasselijk is van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft. Metaal Transport is gevestigd in Nederland, zodat hieruit de toepasselijkheid van Nederlands recht volgt.
en verder in de zaak tegen Sumitomo c.s.
in conventie en in reconventie
5.5.
Gelet op de samenhang van de vorderingen in conventie en reconventie zal de rechtbank deze gezamenlijk beoordelen.
5.6.
Tussen partijen is niet in geschil dat Metaal Transport als expediteur heeft gehandeld en als expediteur in beginsel niet aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het verlies van de lading. Volgens Sumitomo c.s. kan Metaal Transport toch voor deze schade worden aangesproken, omdat zij haar wettelijke informatieplicht als expediteur (artikel 8:63 lid 1 BW Pro) op twee punten heeft geschonden en zij daarom ingevolge artikel 8:63 lid 3 BW Pro aansprakelijk is voor de schade alsof zij zelf vervoerder was. Sumitomo c.s. voeren daartoe, kort gezegd, het volgende aan.
5.6.1.
Ten eerste zou Metaal Transport hebben nagelaten Sumitomo c.s. onverwijld te doen weten welke vervoerovereenkomsten zij daadwerkelijk ter uitvoering van haar verbintenis aanging. Volgens Sumitomo c.s. werden zij pas op 27 augustus 2025 voor het eerst door de advocaat van Metaal Transport op de hoogte gebracht van het standpunt van [bedrijf] dat zij naar Nederlands recht als expediteur, en niet als vervoerder, had gecontracteerd. In de dagvaarding van 9 oktober 2024 heeft Metaal Transport feitelijk onjuist gesteld dat [bedrijf] was ingeschakeld “om het vervoer uit te voeren”, terwijl onder meer uit de opdrachtbevestiging van [bedrijf] blijkt dat zij zich als expediteur positioneerde, aldus Sumitomo c.s. Tijdens de mondelinge behandeling hebben Sumitomo c.s. toegelicht dat deze omstandigheden moeten worden bezien in het licht van de tussen Sumitomo c.s. en Metaal Transport tot stand gekomen Logistics Services Agreement (LSA), waarin volgens hen is afgesproken dat Metaal Transport niet zonder toestemming een expediteur mocht inschakelen.
5.6.2.
Als tweede punt voeren Sumitomo c.s. aan dat Metaal Transport heeft nagelaten hen alle documenten en gegevens ter beschikking te stellen waarover zij beschikte of die zij redelijkerwijs kon verschaffen, en die konden dienen tot verhaal van de opgekomen schade. Sumitomo c.s. geven aan dat Metaal Transport de identiteit en de verzekeringsgegevens van de feitelijke vervoerder Universal had moeten verstrekken. Op 8 oktober 2024 beschikte Metaal Transport immers over deze gegevens, zo blijkt uit de e-mail van [bedrijf] aan Metaal Transport van die dag, waarin het volgende wordt vermeld:
“Hierbij het emailadres van de contactpersoon van de verzekeraar van onze vervoerder.
[naam 1]
[e-mailadres 1]
Dit dossier is reeds bij de verzekeraar bekend onder ref:
[nummer]
In de bijlage zijn polis.
De aansprakelijkheid incl. claim kan naar haar gestuurd worden.
Graag de vervoerder zelf in cc Universal Transport 2007
[e-mailadres 2]
contact persoon: [naam 2] ”
5.7.
Volgens Metaal Transport is van een schending van de informatieplicht geen sprake en heeft zij veel meer gedaan dan van haar op grond van artikel 8:63 BW Pro mocht worden verwacht. Ter onderbouwing verwijst zij naar correspondentie tussen de heren [naam 3] en [naam 4] van Metaal Transport, de heer [naam 5] van SAA Verzekeringen B.V. (de verzekeringsmakelaar van Metaal Transport), de heer [naam 6] van TTExperts B.V. (de expert namens Metaal Transport), de heer [naam 7] van Sumitomo c.s. en de heer [naam 8] van N.V. Beeckman de Vos (de expert namens Sumitomo c.s.). Uit deze correspondentie volgt onder meer het volgende.
5.7.1.
De heer [naam 5] liet per e-mail van 8 oktober 2024 desgevraagd aan Sumitomo c.s. onder meer het volgende weten:
“The carrier was a third-party company: Universal Transport Bd. Petrochimistilor, Nr. 18 Bl.B2, Sc.G, Ap. 3, Mun.Pitesti Jud.Arges RO-110157 PITESTI”
5.7.2.
Op 17 oktober 2024 stuurde de heer [naam 6] aan onder meer de heer [naam 8] als bijlage bij een e-mail de opdracht van Metaal Transport aan [bedrijf] , de opdrachtbevestiging van [bedrijf] , de opdracht van [bedrijf] aan Universal en de aansprakelijkstelling van Metaal Transport aan [bedrijf] .
5.7.3.
Metaal Transport deelde op 29 oktober 2024 het op dezelfde dag door TTExperts B.V. opgestelde expertiserapport met Sumitomo c.s. Hierin wordt onder meer het volgende vermeld:

PARTIES INVOLVED
(…)
Carriers: Metaal Transport acting as forwarder on behalf of Sumitomo
[bedrijf] acting as forwarder on behalf of Metaal Transport
Universal Transport 2007 Srl on behalf of [bedrijf]
(…)
CONTRACTS BETWEEN PARTIES INVOLVED
(…)
[bedrijf]
Logistics claims to be handling as a forwarder and refers to its referral clause
at the bottom of their emails, the order confirmation and invoices for transports arranged by them.
Metaal Transport indicates that it was agreed at the start of the collaboration that [bedrijf] would act as a carrier. However, nothing of this is on paper.
(…)
LIABILITY
The theft took place while the goods were under the custody of universal Transport 2007.
A copy of the insurance policy of the latter is attached to this report. We have received the following contact details of the insurer:
E-mail: [e-mailadres 1]
Reference: [nummer] ”
5.7.4.
Metaal Transport concludeert op basis van de door haar overgelegde correspondentie dat zij aan Sumitomo c.s. alle informatie heeft verstrekt waaruit volgt tot wie Sumitomo c.s. zich moesten wenden, alsmede alle stukken die een basis kunnen vormen voor het verhalen van schade die de vervoerder heeft veroorzaakt.
Metaal Transport heeft voldaan aan haar wettelijke informatieplicht
5.8.
De rechtbank is van oordeel dat Metaal Transport de verplichtingen uit artikel 8:63 lid 1 BW Pro niet heeft geschonden en overweegt daartoe als volgt.
5.9.
Hoewel Metaal Transport in de dagvaarding niet volledig is geweest over haar overeenkomst met [bedrijf] – zij heeft weliswaar aan [bedrijf] opdracht gegeven het vervoer uit te voeren (“
We hereby confirm following transport under C.M.R.-conditions”), zoals in de dagvaarding vermeld, maar daarbij is ook relevant hoe deze opdracht door [bedrijf] is aangenomen (“
As a shipping agent we will take care of this transport for you”) –, betekent dat niet dat dit voor Sumitomo c.s. niet kenbaar is geweest. Zoals ook door Sumitomo c.s. aangevoerd, blijkt uit de opdrachtbevestiging van [bedrijf] dat [bedrijf] zich als expediteur positioneerde. Deze opdrachtbevestiging is door de expert van Metaal Transport op 17 oktober 2024 met de expert van Sumitomo c.s. gedeeld. Vervolgens heeft Metaal Transport ook het door haar expert opgestelde rapport van 29 oktober 2024 direct met Sumitomo c.s. gedeeld. Hierin wordt expliciet benoemd dat [bedrijf] stelt als expediteur te hebben gecontracteerd (zie onder 5.7.3). Sumitomo c.s. hebben de ontvangst van dit rapport per e-mail van 30 oktober 2024 bevestigd.
5.10.
Verder volgt uit het expertiserapport van Sumitomo c.s.’s eigen expert van 18 december 2024 dat Sumitomo c.s. de CMR-vrachtbrief van 26 september 2024, die als bijlage bij het rapport is gevoegd en waarop Metaal Transport in box 22 “
as forwarders only” en Universal als vervoerder staan vermeld, hebben ontvangen. De rechtbank oordeelt dat Metaal Transport hiermee heeft voldaan aan haar wettelijke verplichting. Immers, voor Sumitomo c.s. moet na ontvangst van deze informatie duidelijk zijn geweest dat zij zich tot Universal moesten wenden.
5.11.
Dat Metaal Transport de identiteit en de verzekeringsgegevens van de feitelijke vervoerder Universal niet heeft verstrekt, en daardoor het tweede onderdeel van de informatieplicht van artikel 8:63 lid 1 BW Pro zou hebben geschonden, volgt de rechtbank ook niet. Aan Sumitomo c.s. is de identiteit van Universal per e-mail van de heer [naam 5] van 8 oktober 2024 (zie onder 5.7.1) medegedeeld. Deze gegevens stonden ook in het op dezelfde dag aan Sumitomo c.s. per e-mail verstrekte proces-verbaal van de aangifte bij de Franse politie. De contactgegevens van de verzekering van Universal, voor zover deze onder het begrip “gegevens” in de zin van artikel 8:63 lid 1 BW Pro vallen – wat door Metaal Transport is betwist –, zijn in het expertiserapport van TTExperts van 29 oktober 2024 (zie onder 5.7.3) opgenomen.
Toewijzing van de primaire vordering in conventie en afwijzing van de vorderingen in reconventie
5.12.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat Metaal Transport niet aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het verlies van de lading. De primaire vordering van Metaal Transport in conventie wordt dan ook toegewezen.
5.13.
De vorderingen in reconventie van Sumitomo c.s. worden afgewezen.
Proceskostenveroordeling in conventie
5.14.
Nu Sumitomo c.s. wel in de procedure zijn verschenen en Aceronix niet, zullen de proceskosten in conventie worden gesplitst.
5.15.
De rechtbank zal Sumitomo c.s. als de in het ongelijk gestelde partijen veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Metaal Transport. De rechtbank begroot de proceskosten van Metaal Transport op:
- dagvaarding € 56,19 (1/2 van € 112,37)
- griffierecht € 357,00 (1/2 van € 714,00)
- salaris advocaat
€ 979,50(1,5 punt x tarief € 653,00) +
Totaal € 1.392,69
Proceskostenveroordeling in reconventie
5.16.
De rechtbank zal Sumitomo c.s. als de in het ongelijk gestelde partijen veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Metaal Transport. De rechtbank begroot de proceskosten van Metaal Transport op:
- salaris advocaat € 2.885,00 (1 punt x tarief VI € 2.885,00)
Nakosten in conventie en in reconventie
5.17.
Sumitomo c.s. moeten ook de nakosten van Metaal Transport betalen. Dat komt neer op een bedrag van € 296,00 samen (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
en verder in de zaak tegen Acerinox
5.18.
Metaal Transport heeft haar vordering gericht tegen Acerinox als geadresseerde, althans eigenaar van de zending, althans anderszins belanghebbende. De primaire vordering van Metaal Transport tegen Acerinox, die verstek heeft laten gaan, komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.19.
De rechtbank zal Acerinox als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Metaal Transport. De rechtbank begroot de proceskosten van Metaal Transport op:
- dagvaarding € 56,19 (1/2 van € 112,37)
- griffierecht € 357,00 (1/2 van € 714,00)
- salaris advocaat € 326,50 (1/2 punt x tarief € 653,00)
- nakosten
€ 189,00(plus de verhoging zoals genoemd in de beslissing) +
Totaal € 928,69

6.De beslissing

De rechtbank
in conventie
6.1.
verklaart voor recht dat Metaal Transport niet aansprakelijk is voor de door Sumitomo c.s. en Acerinox, althans één of meer van hen, beweerdelijk geleden schade ter zake van de in deze zaak genoemde lading;
6.2.
veroordeelt Sumitomo c.s. in de proceskosten, die aan de kant van Metaal Transport worden begroot op € 1.392,69, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
6.3.
veroordeelt Acerinox in de proceskosten, die aan de kant van Metaal Transport worden begroot op € 928,69, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Aceronix niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Aceronix € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.4.
wijst al het andere af;
in reconventie
6.5.
wijst de vorderingen van Sumitomo c.s. af;
6.6.
veroordeelt Sumitomo c.s. in de proceskosten, die aan de kant van Metaal Transport worden begroot op € 2.885,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
in conventie en in reconventie
6.7.
veroordeelt Sumitomo c.s. in de nakosten van € 296,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Sumitomo c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten Sumitomo c.s. € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
3597/2459

Voetnoten

1.Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid. de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
2.Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.