ECLI:NL:RBROT:2026:344

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
25/9369
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening tegen verkeersbesluit rond het Kruisplein in Rotterdam

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, een ondernemer wiens bedrijf aan de West-Kruiskade in Rotterdam is gevestigd, is het niet eens met een verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Dit besluit betreft tijdelijke verkeersmaatregelen rond het Kruisplein, die volgens verzoeker de bereikbaarheid van zijn bedrijf negatief beïnvloeden. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat het bedrijf van verzoeker ondanks de maatregelen nog steeds bereikbaar is. Bovendien kan verzoeker nadeelcompensatie aanvragen indien hij door het besluit minder inkomsten heeft.

Het verkeersbesluit, dat op 7 augustus 2025 is genomen, heeft als doel de verkeersveiligheid te verbeteren op het Kruisplein, dat als een van de meest verkeersonveilige pleinen van Rotterdam wordt beschouwd. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening, aangezien de verkeerssituatie niet zo onveilig is dat het verzoek om een onmiddellijke wijziging van het besluit gerechtvaardigd is. De voorzieningenrechter heeft de belangen van verzoeker afgewogen tegen de verkeersveiligheid en geconcludeerd dat de verkeersmaatregelen in stand blijven. De uitspraak heeft geen mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/9369

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], h.o.d.n. [handelsnaam], uit Rotterdam, verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

(gemachtigde: mr. C.W. de Jong).

Samenvatting

Het college heeft een verkeersbesluit genomen met verkeersmaatregelen rond het Kruisplein in Rotterdam. Verzoeker is het niet eens met dit besluit, omdat zijn bedrijf hierdoor minder goed bereikbaar is. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het bedrijf van verzoeker is ondanks de verkeersmaatregelen nog steeds bereikbaar. Daarnaast kan verzoeker om nadeelcompensatie vragen als hij door het bestreden besluit minder inkomsten heeft. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Procesverloop

1. Met het verkeersbesluit van 7 augustus 2025 (bestreden besluit) heeft het college diverse (grotendeels) tijdelijke verkeersmaatregelen ingesteld voor het Kruisplein in Rotterdam. Dit besluit is op 11 augustus 2025 gepubliceerd. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van het college, [naam 1], [naam 2] en [naam 3] (allen namens het college).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
4. Verzoeker exploiteert een bedrijf aan de oost-westrichting van de West-Kruiskade in Rotterdam (van het Kruisplein naar de 1e Middellandstraat).
5. Het college heeft op 27 september 2024 (gepubliceerd op 1 oktober 2024) een verkeersbesluit genomen met verkeersmaatregelen rond het Kruisplein in Rotterdam. Dit verkeersbesluit is op 27 mei 2025 herroepen, omdat er vanaf 24 februari 2025 door de bouw van ‘The Modernist’ aan het [adres] een gewijzigde verkeerssituatie op het Kruisplein is ontstaan die vroeg om een nieuwe beoordeling.
Waar gaat het in deze zaak om?
6. Het college heeft vervolgens het bestreden besluit genomen. Hierdoor gelden rond het Kruisplein een aantal beperkingen voor rijroutes. Verzoeker is het niet eens met dit besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het Kruisplein volledig opengaat.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
7. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er een spoedeisend belang?
8. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening is, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
9.1.
Op 27 november 2025 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden in de bezwaarprocedure. De gemachtigde van het college heeft tijdens de zitting verklaard dat er nog geen advies is van de bezwaarschriftencommissie en dat niet duidelijk is wanneer dit advies zal komen. De voorzieningenrechter verwacht dus niet dat er op heel korte termijn een beslissing op verzoekers bezwaarschrift zal zijn genomen.
9.2.
Verzoeker voert aan dat hij dagelijks last heeft van de gedeeltelijke afsluiting van het Kruisplein. Volgens verzoeker moeten klanten omrijden of begrijpen zij de route niet meer om zijn bedrijf te bereiken. Hierdoor haken klanten af. Verzoeker verwacht dat hij in deze situatie het einde van het jaar niet gaat halen. De voorzieningenrechter ziet hierin een voldoende spoedeisend belang voor een inhoudelijke beoordeling van zijn verzoek.
Wat is de verkeerssituatie rond het Kruisplein?
10. Verkeer komend vanaf de Mauritsweg of het Schouwburgplein kan via het Kruisplein (nog steeds) de oost-westrichting van de West-Kruiskade op rijden.
Het autoverkeer kan vanuit de west-oostrichting van de West-Kruiskade richting het Kruisplein rijden. Het verkeer wordt daarbij wel via een verplichte rijrichting (rechtsaf) de Westersingel op gestuurd. De mogelijkheid voor autoverkeer om vanaf de West-Kruiskade rechtdoor te rijden (in de richting van het Schouwburgplein), is er niet meer, omdat daar nu een verplicht (brom-)fietspad is ingesteld.
Verkeer komend vanaf het Weena/Centraal Station (aan de noordzijde van de kaart) krijgt te maken met een geslotenverklaring richting het Kruisplein, waardoor de oost-westrichting van de West-Kruiskade vanaf die route niet bereikbaar is. Hiervoor geldt een omleidingsroute vanaf het Weena, de Karel Doormanstraat en het Schouwburgplein richting de West-Kruiskade.
Waarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af?
11. Het college heeft het bestreden besluit onder meer genomen om de veiligheid op de weg te verzekeren en ter bescherming van weggebruikers en voetgangers. Volgens het college behoort het Kruisplein tot één van de meest verkeersonveilige pleinen van Rotterdam. Dit wordt veroorzaakt door een hoge intensiteit aan kruisende verkeersbewegingen van auto’s, trams, fietsers en voetgangers, en heeft geleid tot een groot aantal ongevallen waarbij voornamelijk auto’s betrokken zijn. Volgens het college zorgen de maatregelen uit het bestreden besluit voor een vermindering van conflictpunten en sluiproutes en dragen ze bij aan het verminderen van het autoverkeer op het Kruisplein.
12. Verzoeker voert onder meer aan dat de kernonderbouwing van het bestreden besluit ontbreekt. Daarnaast is het Kruisplein helemaal niet zo onveilig voor een centraal gelegen kruispunt. In 2024 stond het Kruisplein namelijk op de 41e plek van de verkeersveiligheidsprikker [1] . Bovendien vinden de meeste ongelukken op het Kruisplein plaats op het punt waar de west-oostzijde van de West-Kruiskade en de Westersingel samenkomen (zie ★ op de kaart). Dit wordt met het bestreden besluit niet opgelost, omdat autoverkeer vanaf de west-oostzijde van de West-Kruiskade verplicht wordt om rechtsaf te slaan, de Westersingel op.
13.1.
De voorzieningenrechter moet op dit moment een belangenafweging maken. Aan de ene kant is er het belang van de verkeersveiligheid en aan de andere kant is er het belang van verzoeker dat zijn bedrijf goed bereikbaar is en hij inkomsten kan vergaren.
13.2.
De voorzieningenrechter stelt vast dat partijen van mening verschillen over de vraag of het bestreden besluit bijdraagt aan een verbetering van de verkeersveiligheid. Dit punt kan in de bezwaarfase nader aan de orde komen. Uit de ingediende stukken lijkt wel naar voren te komen dat er sprake is van een verkeersonveilige locatie en dat dit ook zo wordt ervaren door weggebruikers.
13.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekers bedrijf bereikbaar is. Zo kunnen klanten zijn bedrijf (zoals vanouds) bereiken via de oost-westrichting van de Kruiskade. Daarnaast heeft het college onbetwist gesteld dat het mogelijk is om op bepaalde plekken op de west-oostrichting van de West-Kruiskade door te steken naar de oost-westrichting, ook in het gebied rond verzoekers bedrijf. Verder zou verzoeker zijn klanten proactief kunnen benaderen over hoe zij het beste zijn bedrijf kunnen bereiken. Voor zover verzoeker zich geconfronteerd ziet met een terugval in inkomsten als gevolg van het bestreden besluit, heeft hij de mogelijkheid om nadeelcompensatie aan te vragen. Daarbij kan verzoeker bij acute financiële nood snel een voorschot aanvragen, zonder te hoeven wachten op een volledige beoordeling. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat er op dit moment in voldoende mate rekening is gehouden met verzoekers belangen.

Conclusie en gevolgen

14. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het verkeersbesluit van kracht blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Door respondenten aangegeven verkeersonveilige plekken.