Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Tandprothetische Praktijk [eiser] vof,
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de brief van 23 februari 2026, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiser, een tandprothetische praktijk, huurt bedrijfsruimte van BPL en vordert een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst kwalificeert als middenstandsbedrijfsruimte onder artikel 7:290 BW Pro. Eiser stelt dat de praktijk een ambacht uitoefent en een winkelfunctie heeft, waardoor zij meer huurbescherming zou genieten.
BPL betwist dit en stelt dat partijen zijn overeengekomen dat het gehuurde uitsluitend als tandprothetische praktijk/laboratorium wordt gebruikt en kwalificeert als bedrijfsruimte onder artikel 7:230a BW. De kantonrechter vraagt ambtshalve naar het belang van eiser bij de verklaring voor recht.
Eiser geeft aan meer zekerheid te willen over haar positie en continuïteit van de onderneming, maar BPL verklaart geen intentie te hebben de huurovereenkomst op te zeggen of huurprijs te wijzigen. Er is geen reëel geschil of bedreiging voor eiser.
De kantonrechter oordeelt dat eiser geen concreet en voldoende belang heeft bij de gevraagde verklaring voor recht en verklaart haar niet-ontvankelijk. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €360,-.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang bij de gevraagde verklaring voor recht.