Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3468

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
C/10/715912 HA RK 26-188
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke schijn van vooringenomenheid

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Rotterdam een verzoek tot verschoning ingediend in een lopende kort gedingprocedure tussen Gemeente Dordrecht en Ballast Nedam Ontwikkelingsmaatschappij B.V. De reden voor het verzoek was een langdurige cursusrelatie van meer dan tien jaar met een van de advocaten in de zaak, wat mogelijk de schijn van vooringenomenheid kan wekken.

De rechtbank overwoog dat een rechter geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die zwaarwegende aanwijzingen geven voor subjectieve vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was, werd de objectieve vrees van schijn van vooringenomenheid als zwaarwegend beoordeeld.

Daarom werd het verzoek van de rechter om zich te mogen verschonen toegewezen, om de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak te waarborgen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en ondertekend op 5 maart 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de objectief gerechtvaardigde vrees van schijn van vooringenomenheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaaknummer / rekestnummer : C/10/715912 HA RK 26-188
Beslissing van 5 maart 2026
op het verzoek van:
mr. P. de Bruin,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team Handel en haven (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
Gemeente Dordrecht,
gevestigd te Dordrecht,
hierna: eiseres,
procesadvocaat: mr. A.N. Faber,
tegen
Ballast Nedam Ontwikkelingsmaatschappij B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: gedaagde,
procesadvocaat: mr. P.M. Vos.

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
Bij de rechter is in behandeling het kort geding tussen eiseres en gedaagde met het kenmerk C/10/714460 / KG ZA 26-117. De mondelinge behandeling van de zaak is gepland op 16 april 2026.
1.2.
Op 5 maart 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2.Het verzoek

Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter – kort weergegeven – aangevoerd dat zij al meer dan tien jaar cursus geeft met een van de betrokken advocaten. Dit zou de schijn van vooringenomenheid kunnen oproepen.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
3.3.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst toe het verzoek van mr. P. de Bruin zich in de onder 1.1 genoemde procedure te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.J.P. van Essen, voorzitter, J. van den Bos en W.J. de Veld, rechters, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op
5 maart 2026.