ECLI:NL:RBROT:2026:3484
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
College moet aanvraag vergoeding reeds aangeschafte inboedel opnieuw beoordelen
Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, vroeg brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht wees de aanvraag gedeeltelijk af omdat de inboedel was aangeschaft voordat eiseres zich bij het college had gemeld. De rechtbank stelt vast dat eiseres zich al in 2021 bij de gemeente Rotterdam had aangemeld, voordat zij in januari 2022 naar Barendrecht verhuisde.
De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag niet had mogen afwijzen op de grond dat de vergoeding met terugwerkende kracht zou worden gevraagd. De aanmelding bij Rotterdam geldt als startmoment, waardoor de aanschaf van de inboedel in januari 2022 niet als terugwerkend kan worden beschouwd. Het college had bovendien contact kunnen opnemen met Rotterdam om informatie over eerdere ondersteuning te verkrijgen.
De rechtbank geeft het college zes weken de tijd om het besluit te herzien en de aanvraag opnieuw te beoordelen op basis van artikel 2.21, vierde lid, aanhef en onder a, van de Wht. De procedure wordt voorlopig aangehouden en partijen worden aangemoedigd om de zaak praktisch op te lossen, bijvoorbeeld via mediation. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en wijst erop dat tegen deze tussenuitspraak nog geen hoger beroep openstaat.
Uitkomst: Het college moet de aanvraag voor vergoeding van reeds aangeschafte inboedel opnieuw beoordelen en het beroep wordt gegrond verklaard.