Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster zou verbieden het vonnis tot ontruiming van zijn woonruimte uit te voeren. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 287b van de Faillissementswet en beoogt een moratorium van zes maanden.
Tijdens de zitting verklaarde verzoeker een nieuwe baan te hebben met een netto maandinkomen van ongeveer €2.500, wat voldoende zou zijn om de huur van €561,13 te betalen. Schuldhulpverlening gaf aan dat budgetbeheer zal worden opgestart. Verweerster is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat de ontruiming aankondigt. Echter, verzoeker heeft niet kunnen aantonen dat de huur voor de maand maart is voldaan en heeft geen arbeidsovereenkomst overgelegd ondanks herhaalde verzoeken. Hierdoor weegt het belang van verweerster zwaarder dan dat van verzoeker.
De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker kan op een later moment een nieuw verzoek indienen.